Orycteropus afer
Aardvarkens (of Orycteropus afer) zijn insectivoren van gemiddelde grootte die in Afrika leven ten zuiden van de Sahara. Ze hebben een grijsroze huid, wat borstelige haren, lange smalle oren en een uitgerekte kop die uitmondt in een varkensachtige snuit. De mannetjes zijn iets groter dan de vrouwtjes, maar beide zijn gewoonlijk tussen de 105 en 130 cm lang. Ze hebben een staart van 60 tot 70 cm en wegen tussen de 40 en 65 kg.
Addax nasomaculatus
De addax (of Addax nasomaculatus) is een antilopesoort die voorkomt in afgelegen gebieden van de Sahara. Van oudsher kwam deze soort door heel Noord-Afrika voor, maar nu zijn ze alleen in gebieden in Niger en Tsjaad te vinden. De addax is crèmekleurig, wit of zandkleurig, met bruine markeringen op het gezicht en de snuit. Beide seksen hebben donkere, gedraaide horens, waardoor ze soms ook schroefhoornantilope worden genoemd. De addax kan tussen de 1,2 en 1,3 m lang worden. Mannetjes zijn meestal groter en zwaarder dan vrouwtjes, met een schofthoogte van 1,05 tot 1,15 m en een gewicht van 100 tot 125 kg. Hun horens zijn ook meestal langer en dikker met een lengte van 70 tot 85 cm. Addaxvrouwtjes zijn 0,95 tot 1,1 m hoog, wegen 60 tot 90 kg en hebben een hoornlengte van 55 tot 80 cm.
Panthera pardus pardus
De Afrikaanse luipaard (of Panthera pardus pardus) is de nominaatondersoort van de luipaard en komt voor in Centraal en Zuidelijk Afrika. Het dier heeft een slanke bouw met een elegante kop. De vacht heeft een basiskleur die varieert van geel tot donkergoud en is bedekt met kleine, dicht op elkaar staande rozetten die richting de onderkant van het lijf, het gezicht en het topje van de staart overgaan in zwarte vlekken. De onderkant van het lichaam en de binnenkant van de poten zijn wit. De Afrikaanse luipaard is seksueel dimorf: de mannetjes zijn groter en zwaarder dan de vrouwtjes. Mannetjes hebben een schofthoogte van 60 tot 70 cm en zijn 1,52 tot 1,83 m lang, exclusief de staart 66 cm, en wegen 58 tot 96 kg. De vrouwtjes hebben een schofthoogte van 55 tot 65 cm, zijn 1,39 tot 1,67 m lang met een staart van 60 cm, en zijn 24 tot 37,5 kg zwaar.
Lycaon pictus
De Afrikaanse wilde hond (of Lycaon pictus) staat ook bekend als de hyenahond. Ze leven ten zuiden van de Sahara. Er zijn verschillende populaties op het continent met in totaal vijf ondersoorten. De honden zijn slanker en hebben langere poten dan andere hondachtigen. Hun oren zijn groot en rond, en ze hebben een opvallend kleurenpatroon. Over het algemeen hebben ze een geel-zwarte, gevlekte vacht met witte plekken op de poten, borst en staart. Dit verschilt per ondersoort. Hoe gevlekt ze zijn varieert ook.
Oryx dammah
De algazel (of Oryx dammah) is een antilope die voorheen leefde in en rond de Sahara in Noord-Afrika. De vacht van de algazel is crème-wit met bleekbruine vlekken op de nek, borst en poten. Het gezicht is wit met bruine markeringen. De algazel wordt ook wel sabeloryx genoemd, naar de lange, geribbelde, gekromde hoorns van ruim 1 meter lang. Het dier heeft een lengte van 1,3 tot 2,4 meter en een schofthoogte van 1 tot 1,3 meter. De mannetjes zijn met een gewicht van tussen de 140 en 210 kg iets groter en zwaarder dan de vrouwtjes, die tussen de 90 en 140 kg wegen.
Vicugna pacos
De alpaca (of Vicugna pacos) is een klein, gedomesticeerd familielid van de kameelachtigen dat afkomstig is uit de Peruaanse, Boliviaanse en Chileense Andes. Duizenden jaren geleden is het dier getemd door de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika, die kleding maakten van de alpacawol. Alpaca's hebben een lange, slanke hals en lange poten. Hun lichaam is bedekt met een dikke laag wol, behalve in het gezicht. Daardoor lijkt het af en toe net alsof ze een kapsel hebben. De wol kan alle gradaties van wit, rood, bruin of zwart zijn, egaal of gevlekt. Mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar, met een hoogte van 80 tot 100 cm en een gewicht tussen de 48 en 90 kg.
Capra hircus
De Alpengeit (of Capra hircus) is een type huisgeit die oorspronkelijk uit de Franse Alpen komt en ook wordt aangetroffen in Frankrijk, Italië en Zwitserland. De dieren werden gehouden om hun grote melkproductie en zijn optimaal aangepast aan het bergachtige klimaat. Ze hebben een gedrongen lichaam met lange, dunne ledematen en dito nek. De korte haren zijn bruin, zwart, wit of grijs, met zwarte of witte markeringen, of een combinatie van deze basiskleuren in een patroon. De kop is klein, met lange, rechte oren en enigszins gekromde hoorns. Zowel bokken als sikken kunnen gekromde hoorns en een sik onder de kin hebben, maar de versieringen van de mannetjes zijn vaak groter. Alpengeiten hebben een schofthoogte van tussen de 0,76 en 0,95 meter. Mannetjes zijn hoger en zwaarder dan vrouwtjes en wegen tussen de 77 en 100 kg. Vrouwtjes wegen tussen de 61 en 70kg.
Capra ibex
De alpensteenbok (of Capra ibex) is een grote berggeitsoort die voorkomt in de hooggebergten van Italië, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Slovenië. Hun dikke vacht is effen bruin op het lijf, met een lichte onderkant en donkerdere poten en staart. Alpensteenbokken hebben grote, geribbelde, achterwaarts over het lichaam gebogen hoorns. De mannetjes zijn veel groter en zwaarder dan de vrouwtjes. Mannetjes hebben hoorns van tussen de 69 en 98 cm, zijn tussen de 1,49 en 1,71 m lang, bereiken een hoogte van tussen de 0,90 en 1,05 m en wegen 80 tot 100 kg. Vrouwelijke alpensteenbokken hebben hoorns van tussen de 18 en 35 cm, zijn tussen de 1,21 en 1,41 m lang, tussen de 0,73 en 0,84 m hoog en wegen slechts tussen de 17 tot 32 kg.
Alligator mississippiensis
De Amerikaanse alligator is een grote krokodilachtige die leeft in de rivieren, meren en moerasachtige gebieden van Mexico en het zuiden van de Verenigde Staten. Amerikaanse alligators zijn donkergroen, bruin of grijs van kleur en hebben een brede, afgeronde kop met een bek die zeer wijd open kan en vele tanden die soms uitsteken. Ook het lijf van de Amerikaanse alligator is breed, met meerdere richels van schubben op de rug en lateraal uitstekende poten. Meestal bewegen ze zich vlak boven de grond voort, maar tijdens het rennen komen ze omhoog. Een mannelijke Amerikaanse alligator is zo'n 3,4 tot 4,6 meter lang en weegt tussen de 200 en 626 kilo. Vrouwtjes meten 2,6 tot 3,0 m en wegen tussen de 30 en 200 kg. Amerikaanse alligators blijven hun hele leven lang groeien en kunnen dus zeer groot worden.
Bison bison bison
De Amerikaanse bizon (of Bison bison bison) is een groot hoefdier dat voorkomt in de Verenigde Staten en Canada. Bizons worden gekarakteriseerd door hun grote kop, schouderbult en voorhand, die allemaal ruig behaard zijn. De achterhand is minder gespierd en heeft een dunnere vacht. Beide geslachten hebben hoorns en zijn ongeveer even groot, maar de mannetjes zijn veel zwaarder vanwege hun spieren.
Lithobates catesbeianus
De Amerikaanse stierkikker is een grote amfibische soort die leeft in de moerassen, plassen en meren van de Verenigde Staten en Canada. Afhankelijk van de omgeving zijn ze donkergroen, lichtgroen of lichtbruin, met een lichter gekleurde buik. Soms hebben ze donkere vlekken op de rug en een strepenpatroon op de poten. Sommige varianten van de stierkikker hebben echter geen patronen. De Amerikaanse stierkikker is seksueel dimorf: de vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes en de mannetjes hebben een opvallende gele keel en een veel groter trommelvlies aan de zijkanten van hun kop. De Amerikaanse stierkikker is zo'n 90-152 mm lang en weegt 300-500 g.
Panthera pardus orientalis
De amoerpanter (of Panthera pardus orientalis), is een ondersoort van de panter uit gematigde wouden in het Russische Verre Oosten en China. De soort is aangepast aan zowel de warme zomers als de koude winters van het gebied. Deze grote katachtige is stevig en gespierd, met een dikke staart en een breed gezicht en kleine, ronde oren. De kleur van de dichte vacht van de amoerpanter heeft als basiskleur bleekbruin tot oranje, met een witte buik. Het lichaam van het dier is bedekt met zwarte rozetten die naar de poten en onderzijde toe overgaan in dichte zwarte vlekken. Amoerpanters hebben een schofthoogte van 60 tot 78 cm en zijn 100 tot 136 cm lang met daar nog eens 82 tot 90 cm aan staartlengte bij. Vrouwtjes zijn vaak kleiner dan mannetjes. Mannetjes zijn 32 tot 48 kg zwaar, terwijl de vrouwtjes maar 25 tot 42 kg wegen.
Iguana delicatissima
De antillenleguaan (of Iguana delicatissima) is een grote hagedissensoort die van nature alleen voorkomt op de Kleine Antillen in het Caribisch gebied, op de eilanden Anguilla, Guadeloupe, Martinique en Dominica. Het is een ernstig bedreigde diersoort door habitatverlies, verwilderde dieren die op ze jagen en hybridisering met de invasieve groene leguaan. De antillenleguaan is grijs, heeft een groene buik en een korte, stompe kop met witte schubben rond de kaak. De mannetjes hebben roze wangen en blauwe schubben rond de ogen. De vrouwtjes hebben deze kleuren niet en zijn zo'n 30% kleiner dan de mannetjes.
Hadrurus arizonensis
De Arizonaschorpioen (of Hadrurus arizonensis) is een grote spinachtige van de orde Schorpioenen. Hij komt voor in de woestijnen in het zuiden van de VS en Mexico. Dit roofdier ligt graag in hinderlaag. Gewoonlijk is hij geel, geelbruin of lichtgroen met donkerdere plekken op zijn rug. De schorpioen graaft zich in het zand in of verstopt zich onder stenen om insecten en kleine gewervelde dieren aan te vallen met zijn gifstekel. De prooi raakt hierdoor verlamd zodat de schorpioen hem kan grijpen met zijn kaken. Als de schorpioen volgroeid is, is hij tussen de 10 en 18 cm lang. Een steek doet pijn, maar is gewoonlijk niet gevaarlijk voor mensen.
Pseudonaja textilis
De Australische bruine slang (of Pseudonaja textilis) is een giftige reptielensoort die in Australië en Nieuw-Guinea leeft. Hij geeft de voorkeur aan droge gebieden en is daarom te vinden in grasland, struweel en dun begroeide bossen. De slangen zijn licht tot donkerbruin van kleur, hebben vaak een lichtere onderkant en kunnen iets donkerdere spikkels hebben op hun schubben ter camouflage. Australische bruine slangen zijn gemiddeld 1,5 tot 2 m lang. De soort staat bekend om zijn verdedigende houding. Hij tilt daarbij zijn kop en een groot deel van zijn lichaam van de grond in een S-vorm, en opent zijn bek. Deze houding wordt vaak ten onrechte beschouwd als agressief.
Ambystoma mexicanum
De axolotl (of Ambystoma mexicanum) is een amfibie die uitsluitend voorkomt in Mexicaanse zoetwatermeren. Het Xochimilcomeer is hun enige resterende natuurlijke leefomgeving. In het wild zijn ze groen en bruin met donkere vlekken. Axolotls in dierenwinkels zijn echter vaak leucistisch (wit) of hebben andere, felle kleuren. In hun nek vallen de grote kieuwen op. Dat zie je bij alle salamanderlarven, maar vanwege hun leven in het water behoudt de axolotl ze. Het gezicht is breed, met kleine ogen en een grote mond. Ze kunnen 15 tot 45 cm lang worden en wegen gemiddeld zo'n 300 gram.
Babyrousa celebensis
De babiroesa van Noord-Sulawesi is een varkenssoort die voorkomt op het Indonesische eiland Sulawesi en een aantal kleine omliggende eilanden. De babiroesa van Noord-Sulawesi is nagenoeg kaal en heeft een grijze huid. Mannelijke babiroesa's hebben vier grote slagtanden die omkrullen naar hun schedel. De babiroesa van Noord-Sulawesi is 85 tot 110 cm lang, heeft een staart van 29 tot 32 cm en een schofthoogte van 58 tot 66 cm. Het mannetje weegt tussen de 70 en 100 kg en het vrouwtje tussen de 45 en 80 kg.
Camelus bactrianus
Gedomesticeerde Bactriaanse kamelen (of Camelus bactrianus) zijn grote hoefdieren die voorkomen in Centraal-Azië. Ze hebben twee bulten en een dikke, zandkleurige, wollen vacht. Soms zijn ze donkerbruin of wit. Ze hebben een gemiddelde schofthoogte van 2 m, waar nog 30 cm bijkomt voor de bulten. De mannetjes zijn een stuk groter dan de vrouwtjes.
Panthera tigris tigris
De Bengaalse tijger (of Panthera tigris tigris) komt voor in India, Bangladesh, Nepal, Bhutan en West-China. Hij voelt zich thuis in allerlei omgevingen, waaronder grasland, bossen en mangroven. Ze jagen op grote prooidieren, zoals geiten, herten en koeien (hoefdieren). De Bengaalse tijger is te herkennen aan zijn fel oranje vacht met bruine of zwarte strepen. Hij heeft een grote kop, gespierde poten en grote tanden.
Notamacropus rufogriseus
De Bennettwallaby (of Notamacropus rufogriseus) is een middelgroot buideldier uit oostelijk Australië en Tasmanië. De Bennettwallaby behoort tot de familie van de kangoeroes en heeft dan ook de kenmerkende grote, gespierde achterpoten en staart, relatief kleine voorpoten, grote oren en een stompe snuit. De Bennettwallaby heeft een grijze vacht met een roodbruine ondertoon en een lichtere onderkant. De vacht op de toppen van de oren, rond de neus en op de uiteinden van de poten is zwart. De soort is seksueel dimorf: de mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes. Mannelijke Bennettwallaby's zijn 76 tot 93 cm lang, waarbij de staart nog eens 69 tot 88 cm extra toevoegt, en ze wegen tussen de 15 en 26,8 kg. Vrouwtjes zijn tussen de 66 tot 80 cm groot, plus een staart van 62 tot 78 cm, en ze wegen 11 tot 15,5 kg.
Arctictis binturong
De bintoerong of beermarter is een zoogdiersoort die voorkomt in de bossen van Zuid- en Zuidoost-Azië. Hij heeft een lang, stevig lichaam met relatief korte, brede poten. Hij heeft een stugge, zwarte vacht met een bruin gezicht en ronde oren met witte puntjes. Vrouwtjes zijn ongeveer 20% groter dan de mannetjes. De bintoerong heeft een hoofd-lichaamslengte van 71 tot 91 cm en een 56 tot 91 cm lange staart. Het mannetje weegt tussen de 9 en 20 kg en het vrouwtje 11 tot 32 kg.
Connochaetes taurinus
De blauwe gnoe (of Connochaetes taurinus) is een grote antilopesoort die voorkomt in zuidelijk Afrika. Deze diersoort wordt ook wel gewone gnoe of gestreepte gnoe genoemd. Blauwe gnoes hebben een bleekgrijze of bleekbruine vacht met donkere strepen over de nek, schouders en borst. Ze hebben een lange, zwarte staart en lange zwarte manen die rechtop staan of over de nek liggen, afhankelijk van de ondersoort. De haren die aan de hals hangen zijn wit. De soort is seksueel dimorf (de mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes), maar beide seksen hebben de kenmerkende L-vormige hoorns. Mannetjes hebben een schofthoogte van 1,23 tot 1,65 m, ze zijn 1,7 tot 2,4 m lang en wegen tussen de 165 en 290 kg. De vrouwtjes hebben een schofthoogte van 1,14 tot 1,42 m, zijn 1,75 tot 2,15 m lang en wegen 140 tot 260 kg.
Morpho menelaus
De blauwe morpho (of Morpho menelaus) is een vlindersoort die voorkomt in de tropische graslanden en bossen van Midden- en Zuid-Amerika. Hij heeft felblauwe en -turquoise vleugels met zwarte randen en witte stippen. De structuur van de schubben op de vleugels zorgt voor het kenmerkende, iriserende effect. De onderkant van de vleugels is bruin en bevat meerdere oogvlekken. De mannetjes van de blauwe morpho zijn kleiner en hun vleugels zijn feller blauw en hebben dunnere randen dan die van de vrouwtjes. De gemiddelde spanwijdte van de blauwe morpho is 12 cm. De rupsen van deze vlinder zijn roodbruin met groene vlekken en hebben irriterende stekels om roofdieren op afstand te houden.
Pavo cristatus
De blauwe pauw (of Pavo cristatus) is een grote vogel die oorspronkelijk uit Zuid-Azië komt, maar door mensen wereldwijd is verspreid. De mannetjes staan bekend om hun felblauwe, glimmende veren en grote, prachtige staart. Die staart waaieren ze uit om te pronken met de ogen op de veren en de grootte. Hiermee proberen ze indruk te maken op de vrouwtjes en andere mannetjes te intimideren. Vrouwelijke pauwen lijken helemaal niet op de mannetjes met hun bruine veren, een beetje blauw in de nek en een 'gewone' staart. Beide geslachten hebben wel een verenkroontje op de kop.
Boa constrictor
De boa constrictor is een grote slangensoort die voorkomt in Midden- en Zuid-Amerika. Ze zijn wijdverspreid en onderverdeeld in 9 ondersoorten. Alle soorten kunnen in de meeste omgevingen leven, maar je treft ze het meest aan in regenwouden, kustgebieden en halfwoestijnen. De slangen hebben veel verschillende kleuren en patronen, maar over het algemeen hebben ze lichtbruine, donkerbruine en zwarte schubben in een ruitvormig patroon over het hele lichaam. De soort is seksueel dimorf: de mannetjes en vrouwtjes zien er anders uit. Mannetjes hebben een gemiddelde lengte van 1,8 tot 2,4 m en een soort klauwtjes naast de cloaca die worden gebruikt om het paren makkelijker te maken. Vrouwtjes zijn groter met een gemiddelde lengte van 2,1 tot 3 m, maar ze hebben kleinere klauwtjes bij de cloaca.
Tragelaphus erycerus
Bongo's (of Tragelaphus eurycerus) zijn schuwe antilopen die in de bossen van Centraal-Afrika leven. Hun vacht is geelbruin tot rood met witte verticale strepen op het lichaam en een lichte kleur aan de binnenkant van de poten. Ze hebben grote oren en een gele streep onder de ogen. Het opvallendste aan ze zijn de lange, spiraalvormige, verticale hoorns. De mannetjes en vrouwtjes zijn ongeveer even groot: een schofthoogte van tussen de 1,1 en 1,3 m en 2,15 tot 3,15 m lang. De mannetjes zijn wel veel zwaarder: gemiddeld 310 kg tegenover de 190 kg van een vrouwtje.
Pan paniscus
Bonobo's (of Pan paniscus) leven in de bossen en regenwouden van de Democratische Republiek Congo. Ze zijn het nauwst verwant aan de chimpansee (of Pan troglodytes). Van alle soorten in de natuur hebben deze twee soorten apen de meeste overeenkomsten in DNA met de mens.<br><br>Bonobo's hebben roze lippen en donkere, naar voren gerichte ogen. Ze hebben kleine oren, een platte neus met brede neusgaten en zwart haar. Mannelijke bonobo's zijn groter dan de vrouwtjes. Ze zijn gemiddeld 73 tot 83 cm lang en wegen 39 kg tegenover 70 tot 76 cm lang en 31 kg voor de vrouwtjes.
Pongo pygmaeus
De Borneose orang-oetan (of Pongo pygmaeus) komt voor op het eiland Borneo, zowel in het Indonesische als het Maleisische gedeelte. Het zijn grote apen die je herkent aan hun rode vacht en bruine huid. Volwassen mannetjes hebben opvallende wangplaten en keelzakken, waarmee ze hard kunnen brullen om vrouwtjes aan te trekken. Het zijn ongelooflijk intelligente dieren die in het wild gereedschappen maken en gebruiken om aan voedsel te komen. Ze kunnen niet zwemmen en daardoor wordt hun leefgebied vaak begrensd door rivieren die ze niet kunnen oversteken.
Lasiodora parahybana
De Braziliaanse zalmroze vogelspin (of Lasiodora parahybana) is een grote spinnensoort die van nature alleen voorkomt in het Atlantisch Woud in het oosten van Brazilië. Ze zijn zwart van kleur en hebben roze of rode haartjes op hun poten en achterlijf. De mannetjes zijn iets groter dan de vrouwtjes met een spanwijdte van soms wel 28 cm, maar de vrouwtjes zijn zwaarder en hebben een groter achterlijf. Mannetjes hebben vaak fellere kleuren dan vrouwtjes.
Phoneutria nigriventer
De Braziliaanse zwerfspin (of Phoneutria nigriventer) is een spinnensoort die voorkomt in Zuid-Amerika. Voornamelijk in de regenwouden, maar ze leven ook vaak in stedelijke gebieden naast mensen. De spinnen zijn groot, giftig en lichtbruin van kleur. Ze hebben een harig lichaam en zwarte strepen op de poten. Mannetjes zijn iets kleiner dan vrouwtjes en hebben een veel kleiner achterlijf. Ze hebben ook een 'bulbus' aan het eind van hun palpen, de gesegmenteerde aanhangsels bij de bek waaraan de geslachten vaak worden onderscheiden. Ze hebben een gemiddelde spanwijdte van 130 tot 150 mm en een gemiddelde lichaamsgrootte van 17x48 mm. De Braziliaanse zwerfspin staat bekend om zijn verdedigende houding. Hij houdt dan zijn twee paar voorpoten in de lucht en wiegt heen en weer.
Tremarctos ornatus
De brilbeer (of Tremarctos ornatus) is een middelgrote beer die voorkomt in het Andesgebergte in Zuid-Amerika. De dieren hebben een zwarte, dikke vacht met witte markeringen op hun gezicht en borst. Als enige nog levende telg van het geslacht Tremarctos heeft de brilbeer een relatief vlak gezicht, vergeleken met dat van andere beersoorten. Net zoals andere beren zijn brilberen seksueel dimorf: het vrouwtje is veel kleiner dan het mannetje. Mannetjes hebben een schofthoogte van 76 cm tot 91 cm en wegen tussen de 100 en 200 kg, terwijl vrouwtjes 60 tot 73 cm hoog zijn en slechts 35 tot 82 kg wegen.
Caiman crocodilus
De brilkaaiman (of Caiman crocodilus) is een middelgrote krokodilachtige die in de draslanden, savannes en wouden van Midden- en Zuid-Amerika leeft. Brilkaaimannen kunnen groen, bruin, geel of grijs van kleur zijn, met gestreepte markeringen over hun staart en lichaam. Hun naam danken ze aan de opvallende botrichel die tussen hun ogen loopt, waardoor het lijkt of ze een bril dragen. De brilkaaiman heeft een gestroomlijnd lijf met een aantal verhoogde schubrichels op de rug. Mannetjes van deze soort zijn gemiddeld tussen de 1,5 en 2 m lang en kunnen uiteindelijk meer dan 2,5 m lang worden. Ze wegen tussen de 13 en 40 kg. Vrouwtjes zijn kleiner, gemiddeld tussen de 1,08 en 1,4 m lang, met een maximum van 2 m voor de grotere, oudere exemplaren. Ze wegen tussen de 7 en 30 kg.
Zalophus californianus
De Californische zeeleeuw is een oorrobbensoort die voorkomt aan de westkust van de Verenigde Staten en Mexico. Deze zeeleeuw is doorgaans donkerbruin met lichtere kleuren aan de flanken en op de buik. Sommige vrouwtjes zijn lichtbruin. De jongen verschillen van uiterlijk en hebben een bleekbruine, donzige vacht die ze ruilen voor hun volwassen vacht zodra ze tussen de 5-7 maanden oud zijn. Mannetjes worden 2,25 tot 2,5 m lang en wegen 250 tot 350 kg. De aanzienlijk kleinere vrouwtjes worden zo'n 1,8 tot 2,1 m lang en wegen tussen de 80 en 100 kg.
Hydrochoerus hydrochaeris
De capibara (of Hydrochoerus hydrochaeris) is het grootste knaagdier ter wereld dat op de savannes, in de wouden en in het drasland van Zuid-Amerika voorkomt. Zijn grote, tonvormige lijf is bedekt met ruige bruine vacht. Capibara's hebben kleine zwemvliezen tussen hun tenen die uitermate geschikt zijn voor hun leven op zowel het land als in het water. Ze hebben een kleine, rudimentaire staart en kleine oren op hun rechthoekige kop. Ze zijn 50 tot 62 cm hoog en 106 tot 134 cm lang. Vrouwelijke capibara's zijn even groot, maar iets zwaarder dan de mannetjes, met een gemiddeld gewicht van 61 kg. De mannetjes wegen rond de 50 kg.
Caracal caracal
De caracal (of Caracal caracal) is een kleine wilde kat die leeft op de savannes, moerassen, steppen, bossen en struikgewassen van Afrika en het Midden-Oosten. Het dier heeft een bleekbruin-rode vacht met een lichtere onderzijde en heeft een stevige bouw met grote voeten en een relatief korte staart. Caracals hebben lange, puntige oren met lange, zwarte pluimen aan de punten en donkere markeringen boven de ogen en aan de zijkant van hun bek. Mannetjescaracals zijn iets groter dan vrouwtjes, maar verder zijn ze identiek. Mannetjes hebben een schofthoogte van 41 tot 53 cm, een kop-romplengte van 75 tot 108 cm en een gewicht van 7,2 tot 19 kg. Vrouwtjes zijn 39 tot 51 cm hoog, 71 tot 103 cm lang en 7 tot 15,9 kg zwaar. De korte staart is tussen de 18 en 34 cm lang.
Acinonyx jubatus
De cheeta of jachtluipaard (Acinonyx jubatus) leeft op de savannes en in de droge bossen van het midden en zuiden van Afrika. Ze hebben een slank lichaam, een brede borst en een dunne staart en poten. Daarnaast hebben ze een tekening van 'uitgelopen tranen' op de kop en natuurlijk de kenmerkende vlekken. De cheeta is het snelste landdier. Hij kan een snelheid van 112 km/u bereiken als hij zijn prooi achtervolgt. Gewoonlijk jaagt hij op zoogdieren van gemiddelde grootte, zoals gazelles en impala's.
Manis pentadactyla
Het Chinees schubdier (of Manis pentadactyla) is een met uitsterven bedreigde insecteneter uit India, Nepal, Bhutan, Bangladesh, Myanmar, Taiwan en Zuid-China. Het zijn kleine, schuwe, trage dieren met als meest opvallende kenmerk hun gelaagde, pantserachtige schubben van keratine. Chinese schubdieren zijn tussen de 40 en 58 cm lang en hebben een staart die tussen de 25 en 38 cm lang is. Overdag slapen ze in holen en 's nachts gaan ze op zoek naar mieren, termieten en andere insecten.
Grus japonensis
De Chinese kraanvogel (of Grus japonensis) is een waadvogel die voorkomt in de draslanden, rivieren en getijdengebieden van oostelijk Rusland, China, Mongolië, Korea en Japan. Veel kraanvogels migreren en brengen de zomer door in Rusland, China en Mongolië, terwijl ze in de winter in Korea en China verblijven. De Japanse populatie Chinese kraanvogels bestaat echter uit standvogels die niet migreren. Het verenkleed van de Chinese kraanvogel is wit, met zwarte staartveren, nek en gezicht, en een rij zwarte veren aan de vleugels. Ze hebben een kale, rode plek boven op hun kop. Chinese kraanvogels zijn 1,5 tot 1,58 m hoog en hun vleugels hebben een spanwijdte van 2,2 tot 2,5 m. Ze wegen tussen de 4,8 en 10,5 kg. Mannetjes zijn meestal zwaarder dan vrouwtjes, maar voor de rest zijn er geen verschillen.
Cebus capucinus
De Colombiaanse witschouderkapucijnaap (of Cebus capucinus) is een primaatsoort die voorkomt in de bomen van Colombia, Panama en Ecuador. Er zijn 11 soorten kapucijnapen en nog meer ondersoorten. De Colombiaanse witschoudervariant heeft een zwarte vacht, met een kenmerkende witte vacht op zijn schouders, de bovenkant van zijn borst en rond zijn gezicht. Ze hebben een kapje zwarte vacht op hun hoofd, een lichtbehaard, roze gezicht en voorwaarts gerichte bruine ogen. Witschouderkapucijnapen zijn tussen 33 en 45 cm groot met een staart van 35 tot 55 cm en ze wegen 1,5 tot 4 kg. Mannetjes zijn groter en zwaarder dan vrouwtjes.
Propithecus coquereli
De alleen in de noordwestelijke regenwouden van Madagaskar voorkomende Coquerels kroonsifaka (of Propithecus coquereli) is een ernstig bedreigde, middelgrote makisoort. Coquerels kroonsifaka's hebben een opvallend gekleurde witte vacht met donkerrode gedeeltes op de armen, benen en rug, die vaak naar de staart toe vervagen naar grijs. Ze hebben een zwart gezicht met gele ogen en een witte streep over de neus, omgeven door een korte, witte kraag. Er is geen sprake van duidelijke seksuele dimorfie bij deze diersoort. Beide seksen zien er hetzelfde uit, alleen zijn de vrouwtjes soms groter dan de mannetjes. De lichaamslengte van de Coquerels kroonsifaka varieert van 42 tot 54 cm, waar de staart nog eens 50 tot 60 cm aan toevoegt. Ze wegen tussen de 3,7 en 4,3 kg.
Paleosuchus palpebrosus
De Cuviers gladvoorhoofdkaaiman is een kleine krokodillensoort die voorkomt in rivieren en moerassen in de bossen van noordelijk Zuid-Amerika. Het uiterlijk van deze soort verandert bij het ouder worden. Kaaimannen hebben grote, uitpuilende, bruine (incidenteel gele) ogen. De mannetjes zijn gemiddeld 1,3 tot 1,5 m lang en de vrouwtjes gemiddeld 1,15 m. Ze wegen meestal tussen de 6 en 7 kg.
Aglais io
De dagpauwoog (of Aglais io) is een vlindersoort die voorkomt in de gematigde graslanden en bossen van Europa en Azië. De vlinder heeft vier rode vleugels met bruine randen en opvallende oogvlekken. De oogvlekken kunnen bestaan uit gele, blauwe, rode en paarse tinten, en zijn zwart omrand. De onderkant van de vleugels is bruin tot zwart. De mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, maar de vrouwtjes kunnen tot wel 10% groter zijn. Dagpauwogen hebben een spanwijdte van 5 tot 6,4 cm. De rups van de dagpauwoog is zwart en harig, en de cocons zijn groen met stekelige randen op de rug.
Ovis dalli
Het Dalls schaap (Ovis dalli), ook wel bekend onder de naam dunhoornschaap, is een wilde schapensoort die voorkomt op de bergweiden van Alaska (VS), Yukon en British Colombia (Canada). Ze zijn wit tot lichtbruin van kleur met geelbruine hoorns en ze zijn seksueel dimorfisch: de mannetjes zijn aanzienlijk groter dan de vrouwtjes en hebben veel dikkere, gekruldere hoorns. Mannetjes zijn tussen de 1,3 en 1,8 meter groot en wegen tussen de 73 en 113 kg, terwijl vrouwtjes tussen de 1,3 en 1,6 meter groot zijn met een gewicht tussen de 46 en 50 kg.
Nanger dama
De damagazelle (of Nanger dama) is een hoefdier dat voorkomt in de Sahara en de Sahel. De vacht is kort en wit op de buik, poten, achterdelen en gezicht, en roodbruin op de rug, schouders en in de nek. Op de kop van de damagazelle staan grote, uitstekende oren en zwarte, gebogen hoorns. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben hoorns, maar die van de vrouwtjes zijn veel korter. De lengte van de hoorns is bij de mannetjes 25 tot 35 cm. De hoorns van de vrouwtjes zijn gemiddeld half zo lang. Damagazellen hebben een schofthoogte van 95 tot 105 cm en zijn 140 tot 168 cm lang. De vrouwtjes zijn iets kleiner. Mannelijke gazellen wegen 35 tot 75 kg. De vrouwtjes zijn veel lichter en wegen 35 tot 40 kg.
Dama dama
Het damhert (of Dama dama) is een hoefdier dat voorkomt op graslanden en in bosgebieden in heel Europa. De vacht is bleekbruin met rijen witte stippen op het lichaam. De onderkant van het lichaam en de keel zijn lichter van kleur, maar er bestaan veel kleurafwijkingen bij damherten, zoals leucisme (wit), melanisme (zwart) en menil (een lichtere vacht zonder staartpatroon). De mannetjes, hertenbok genaamd, hebben een groot schoffelgewei dat wel 60 cm lang kan worden. Vrouwtjes, hinden genaamd, hebben geen gewei. Hertenbokken zijn groter dan hinden, met een kop-romplengte van 1,4 tot 1,6 m en een schofthoogte van 0,85 tot 0,95 m. Hinden zijn 1,3 tot 1,5 m lang met een schofthoogte van 0,75 tot 0,85 m.
Cuon alpinus alpinus
De Ussuri dhole komt voor in de bossen, op de graslanden en op de toendra's van India, Nepal, China, Bangladesh, Myanmar en Thailand en is de grootste ondersoort van de Aziatische wilde hond (of dhole). De Ussuri dhole heeft een rode vacht met een witte buik en een spitse snuit. Hij heeft een zomer- en wintervacht en de wintervacht is dikker en feller rood. De dhole heeft een hoofd-lichaamslengte van 88 tot 113 cm, een staartlengte van 41 tot 50 cm en een schofthoogte van 45 tot 55 cm. Beide seksen zijn ongeveer even groot, maar het mannetje is aanzienlijk zwaarder dan het vrouwtje. De mannetjes wegen tussen de 15 en 20 kg, terwijl de vrouwtjes tussen de 10 en 13 kg wegen.
Malaclemys terrapin terrapin
De noordelijke diamantrugschildpad is een kleine schildpadsoort die in de brakke moerassen en kustmoerassen van de oostelijke en zuidelijke Verenigde Staten voorkomt. Hij wordt gekenmerkt door een opvallend schildpatroon van aaneengesloten 'diamanten' met meestal concentrische lichte en donkere ringen. Het patroon en de kleur kan per soort variëren. De gemiddelde lengte van het schild van het mannetje is 13 cm, die van het vrouwtje 17 cm.
Canis lupus dingo
De dingo (of Canis lupus dingo) is een grote hondachtige die in heel Australië voorkomt. De slanke dingo heeft een zandkleurige vacht, een witte onderkant, puntige oren en een lange, stompe snuit. Hij is 52 tot 60 cm hoog, 1,20 tot 1,50 lang en tussen de 14 en 19 kilo zwaar. Mannetjes zijn iets groter dan vrouwtjes. Dit opportunistische roofdier eet ook aas, wat resulteert in een gevarieerd dieet van zoogdieren, vogels, reptielen, kadavers, fruit en groente.
Triturus dobrogicus
De donaukamsalamander (of Triturus dobrogicus) is een amfibieënsoort die voorkomt in de traag stromende delen, zijrivieren en het omringende bosgebied van de Donau. De huid op de zijkant en rug van de salamander is zwart en bruin met witte en zwarte vlekken, terwijl de buik en keel fel rood- en oranjegekleurd zijn met donkere patronen. Zoals bij alle kamsalamanders is ook deze soort seksueel dimorf. Bij de mannetjes loopt er tijdens de paartijd een opvallende puntige kam over de ruggengraat. Mannetjes zijn 13 tot 15 cm lang. De vrouwtjes zijn wat langer en worden maximaal 18 cm.
Acanthophis antarcticus
De doodsadder (of Acanthophis antarcticus) is een giftige slang die leeft in de graslanden, bossen en 'bushlands' van Oost- en Zuid-Australië. Hij heeft een platte, driehoekige kop, een gedrongen lichaam en een dun staartpuntje. Hij heeft ook een ringenpatroon in de kleuren lichtbruin, donkerbruin en grijs om goed verborgen te kunnen blijven in bijvoorbeeld dode bladeren. Gemiddeld is de doodsadder tussen de 70 en 100 cm lang.
Camelus dromedarius
De dromedaris (of Camelus dromedaris) is een kameelachtige die voorkomt in heel Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Zuidwest-Azië. Het dier is ook geïntroduceerd in Europese landen en Australië. Dromedarissen zijn gewoonlijk zandkleurig, bleekbruin of crèmekleurig, maar ze kunnen ook donkerder zijn of gevlekt. Ze hebben één enkele bult op hun rug, lange poten en een lange nek. De dromedaris heeft een gewelfde kop met kleine ronde oren, grote ogen met lange wimpers en grote, vooruitstekende lippen. Mannetjes zijn groter en zwaarder dan vrouwtjes. Ze zijn 2,5 tot 3,4 m lang, hebben een schofthoogte van 1,8 tot 2 m en wegen 400 tot 600 kg. Vrouwtjesdromedarissen hebben een schofthoogte van 1,7 tot 1,9 m, zijn 2,2 tot 3 m lang en wegen 300 tot 540 kg.
Eunectes notaeus
De dwerganaconda of gele anaconda (Eunectes notaeus) is een grote wurgslangensoort met gele schubben en bruin-zwarte vlekken op de rug. Hij is voornamelijk te vinden in de zijrivieren en moerassen van het stroomgebied van de Paraguay-rivier, maar daarnaast ook in Bolivia, Argentinië en Brazilië. De dwerganaconda is een generalistisch roofdier, wat betekent dat hij de meeste kleine tot middelgrote dieren die hij kan vangen eet. De soort staat erom bekend dat ze heel groot kunnen worden, ondanks de naam. Volwassen dieren hebben een gemiddelde lengte van 3,3 tot 4,4 m en een gemiddeld gewicht van 25 tot 35 kg. Het grootste exemplaar ooit was 4,6 m lang en woog 55 kg.
Hexaprotodon liberiensis
Het dwergnijlpaard (of Hexaprotodon liberiensis) is een middelgroot zoogdier dat voorkomt in de regenwouden en moerassen van Sierra Leone, Liberia, Guinee en Ivoorkust. Ze hebben een grijs-bruine huid, kleine oren en stevige poten met vier tenen. Je vindt ze meestal bij rivieren waar ze het merendeel van de tijd in de modder rollen en slapen. Ze zijn gemiddeld 75 tot 100 cm hoog en 150 tot 175 cm lang. Ze wegen tussen de 180 en 275 kg.
Eudyptula minor
De dwergpinguïn (of Eudyptula minor), in het Engels ook wel blue penguin (blauwe pinguïn) genoemd, is een kleine zeevogelsoort die voorkomt aan de kustlijn en de omringende oceanen van zuidelijk Australië en Nieuw-Zeeland. Op de rug hebben ze donkerblauwe veren en op de buik en kin witte veren. De dwergpinguïn heeft zwarte ogen, een zwarte snavel en roze poten. De mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit. Dwergpinguïns zijn gemiddeld 30 cm groot en wegen tussen de 1,1 en 1,5 kg.
Cervus elaphus
Het edelhert of Cervus elaphus is een wijdverspreide hoefdiersoort die voorkomt in gematigde graslanden, bosgebieden en struikgewassen in Europa, Azië en delen van Noord-Afrika. Edelherten hebben een roodbruine vacht met een lichtere onderkant. Ze hebben grote, puntige oren, grote ogen en een lange snuit. De soort is seksueel dimorf: de mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes en krijgen grote geweien met meerdere vertakkingen. Er bestaan verschillende ondersoorten van edelherten en hun grootte varieert afhankelijk van de regio en omgevingsomstandigheden. Mannelijke edelherten noemt men herten. Ze kunnen tussen 1,7 en 2,5 m lang worden met een schofthoogte van 1,07 tot 1,37 m. Vrouwelijke edelherten worden hindes genoemd. Hun lichaamslengte varieert van 1,6 tot 2,1 m met een schofthoogte van 0,95 tot 1,22 m. Herten zijn zwaarder dan hindes, respectievelijk 90 tot 240 kg en 60 tot 170 kg.
Alces alces
Verschillende ondersoorten van de eland komen van nature voor in Noorwegen, Zweden, Finland, Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, de Verenigde Staten en Canada. Ze leven in subarctische loofbossen en eten voornamelijk de jonge scheuten van bomen en houtachtige planten. De eland is een grote hertachtige met een dikke, bruine vacht, een opvallende bult op de nek en een karakteristieke snuit. De reuzeneland is de grootste van de ondersoorten, met uit de kluiten gewassen mannetjes met een schofthoogte van 1,7 tot 2,3 m, een kop-romplengte van 2,4 tot 3,1 m en een gewicht van 380 tot 700 kg. Volwassen mannetjes hebben indrukwekkende schoffelgeweien die – afhankelijk van het jaargetijde – bedekt zijn met een laagje 'fluweel'. Het gewei van de reuzeneland heeft een span van 1,4 tot 1,8 m. Vrouwtjes zijn ongeveer even groot, maar wegen aanzienlijk minder – gewoonlijk 200 tot 490 kg – en hebben geen geweien.
Dromaius novaehollandiae
De emoe (of Dromaius novaehollandiae) is de een-na-grootste loopvogel op aarde. Alleen de struisvogel is groter. Emoes komen voor op de savannes en in de bossen van Australië. Ze hebben een lange, kale nek met soms een blauwe tint die vanaf het midden bedekt is met ruige, bruine veren, en lange, grijze poten met drie grote tenen. Ze hebben een grijze snavel, oranje ogen en pluimpjes veren boven op de kop. Mannetjes en vrouwtjes lijken sterk op elkaar, maar de vrouwtjes zijn meestal iets groter en zwaarder. Mannelijke emoes zijn 1,5 tot 1,8 m hoog en 1,39 tot 1,57 lang, en wegen tussen de 30 en 55 kg. De vrouwtjes worden 1,6 tot 1,9 m hoog en 1,5 tot 1,64 m lang, en wegen tussen de 35 en 60 kg.
Lynx lynx
De Euraziatische lynx (of Lynx lynx) is een middelgrote katachtige die voorkomt in de gematigde en subarctische bossen en gebergten van Azië en Europa. De lynx is breed en stevig gebouwd en staat bekend om zijn korte staart en kenmerkende gepluimde oren. De kleur van zijn vacht varieert van crèmekleurig tot bleekbruin, met zwarte stippen over zijn hele lichaam. Zowel de staartpunt als de pluimen op de oren zijn eveneens zwart. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, maar de mannetjes zijn iets groter en veel zwaarder. Mannelijke Euraziatische lynxen wegen tussen de 20 tot 45 kg, hebben een kop-romplengte van 98 tot 109 cm en een schofthoogte van 60 tot 75 cm. De vrouwtjes wegen maar 18 tot 25 kg, hebben een kop-romplengte van 94 tot 106 cm en een schofthoogte van 54 tot 68 cm. De stompe staart is bij beide geslachten 11 tot 24 cm lang.
Meles meles
De Europese das (of Meles meles) is een grote marterachtige die voorkomt in bossen en struikgewas, en zelfs in door mensen aangelegde parken en weilanden in heel Europa. Het meest kenmerkende aan de das is zijn gezichtspatroon, met twee duidelijke, zwarte strepen, die van zijn nek over de oren en het witte gezicht tot aan de snuit lopen. Zijn lijf heeft een dikke, grijze vacht. Hij heeft zwarte poten en een lichtere kleur aan de zijkant. Europese dassen hebben een schofthoogte van 25 tot 30 cm, een kop-romplengte van 60 tot 90 cm en een korte staart van nog eens 12 tot 24 cm. Mannetjes en vrouwtjes zijn ongeveer even groot, maar de mannetjes zijn meestal zwaarder, namelijk 9,1 kilo tot 16,7 kg, terwijl de vrouwtjes 6,6 tot 13,9 kg wegen.
Vulpes zerda
De fennek is een kleine hondachtige die voorkomt in de Sahara. De vacht op de rug, het hoofd, en de staart zijn zandkleurig en op de poten, buik en het gezicht is de vacht wit. Het meest kenmerkende aan de fennek zijn de grote puntoren. De fennek is erg klein, met een schofthoogte van 18 tot 22 cm en een kop-lichaamslengte van 34 tot 40 cm. De staart is maximaal 25 cm lang en de oren zijn 9 tot 10 cm lang. Ze wegen 0,8 tot 1,9 kg. Mannetjes zijn iets groter dan vrouwtjes. De fennek wordt niet gezien als bedreigde diersoort. De precieze omvang van de populatie is niet bekend, maar er wordt aangenomen dat de fennek talrijk is.
Phoenicopterus roseus
De flamingo (of Phoenicopterus roseus) is een forse trekvogel met een groot verspreidingsgebied in Europa, het Midden-Oosten, Azië en Afrika. Hij leeft in de lagunes en op de wadden van landen met een gematigd of warm klimaat. Met zijn snavel wroet hij in de modder en filtert er algen, ongewervelde dieren en zaadjes uit.
Ursus thibetanus formosanus
De Formosaanse zwarte beer (of Ursus thibetanus formosanus) is een ondersoort van de Aziatische zwarte beer die van nature alleen voorkomt in Taiwan. Ze hebben een gedrongen bouw en een zwarte vacht, ronde oren en een lange rechte snuit. Hun opvallendste kenmerk is een V-vormige witte vlek op de borst. Formosaanse zwarte beren zijn seksueel dimorf, omdat de mannetjes veel groter zijn dan de vrouwtjes. Mannetjes wegen gemiddeld 135 kg en zijn 1,7 m lang, vrouwtjes wegen gemiddeld 70 kg en zijn 1,35 m lang.
Cryptoprocta ferox
De fossa (of Cryptoprocta ferox) is een groot zoogdier dat voorkomt in de bossen op de eilanden van Madagaskar. Het dier behoort tot de familie van madagaskarcivetkatten, waarvan de fossa de grootste soort is. De fossa leeft voornamelijk in bomen en heeft een lang, gestroomlijnd, katachtig lijf met een staart die ongeveer net zo lang is als het lichaam. De vacht is egaal bleekbruin. De fossa heeft ronde oren, een ronde neus en gele, katachtige ogen. De mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar en zijn tussen de 61 en 80 cm lang, waarbij de staart nog eens 60 tot 75 cm toevoegt aan de lichaamslengte. Ze wegen 5 tot 9 kg.
Antilocapra americana
De gaffelbok (of Antilocapra americana) is geen echte antilope, ook al hoort hij bij de familie van gaffelantilopen. Het Noord-Amerikaanse zoogdier leeft wel in een soortgelijke omgeving als antilopen. Het dier heeft een geelbruine vracht op de rug en flanken, een witte buik en witte strepen op de hals. Ze hebben een gemiddelde schofthoogte van 81 tot 104 cm en zijn 1,3 tot 1,5 m lang. De mannetjes zijn zo'n 10% groter dan de vrouwtjes, hebben een opvallende donkere streep over de snuit en ook langere, dikkere hoorns.
Chelonoidas nigra
De galapagosreuzenschildpad (of Chelonoidis nigra) is een reptielensoort die van nature alleen voorkomt op de Galapagoseilanden. Er zijn twee soorten: dieren met een zadelvormig schild en dieren met een koepelvormig schild. Beide varianten hebben een dof grijs-bruin schild en een grijze huid met schubben. Schildpadden met een zadelvormig schild hebben een lange nek en leven in droge laaglanden. Schildpadden met een koepelvormig schild hebben korte nekken en leven in vochtige hooglanden. Beide kunnen extreem groot worden. Het gemiddelde mannetje weegt tussen de 272 en 317 kg en het gemiddelde vrouwtje tussen de 136 en 181 kg.
Gavialis gangeticus
De gaviaal (of Gavialis gangeticus) is een ernstig bedreigde krokodillensoort die voorkomt in de rivieren van het Indisch subcontinent. Volgens recente schattingen leven er nog maar 200 in het wild, in vier stukken rivier in Nepal en Noord-India. De afname wordt veroorzaakt door toenemende riviervervuiling waardoor er minder vissen zijn. Verder worden er zandbanken vernield voor zandwinning, en die zijn belangrijk voor de vrouwtjes om eieren te leggen.
Oryx gazella
De gemsbok (of Oryx gazella) is een antilopensoort die in de woestijnen Kalahari en Namib in het zuiden van Afrika leeft. Ze hebben verschillende opvallende kenmerken: zeer lange, dunne hoorns, een zwarte kop met witte markeringen over de ogen en snuit, een grijs-bruine vacht met zwarte markeringen op de bovenpoten en rug, en witte 'sokken'. Gemiddeld hebben gemsbokken een schofthoogte van 1,1 tot 1,3 m, een lengte van 1,9 tot 2,4 m en een hoornlengte van 85 cm. De mannetjes zijn iets groter, maar aanzienlijk zwaarder dan de vrouwtjes.
Hyaena hyaena
De gestreepte hyena (of Hyaena hyaena) is een aaseter en roofdier dat bijna overal op jaagt. In Noord-Afrika, het Midden-Oosten en westelijk Azië leeft de diersoort in veel verschillende soorten gebieden, van open savannes, grasland en bosgebied tot droge, bergachtige streken. De gestreepte hyena heeft sterke voorpoten, een gespierde nek en kortere achterpoten, wat het lichaam een aflopende vorm geeft. De kop en snuit zijn breed, met grote ogen en grote, spitse oren. Gestreepte hyena's hebben een bleekbruine vacht met verticale zwarte strepen over lichaam en poten. Hun lange manen lopen over hun hele ruggengraat en eindigen in een lange, pluizige staart. De beide seksen lijken op elkaar, maar de mannetjes zijn iets groter en zwaarder dan de vrouwtjes. Mannelijke gestreepte hyena's hebben een schofthoogte van 65 tot 80cm, zijn 85 tot 130 cm lang, plus een staartlengte van 25 tot 40 cm, en wegen 26 tot 41 kg. Vrouwtjes hebben een schofthoogte van 60 tot 75 cm, zijn 85 tot 105 cm lang – plus een staart van 25 tot 40 cm – en wegen tussen de 26 en 34 kg.
Mephitis mephitis
De gestreepte skunk of Mephitis mephitis is een kleine zoogdiersoort die voorkomt in Noord-Amerika, inclusief Canada, de Verenigde Staten en noordelijk Mexico. Het is een breedgebouwd, gedrongen dier met korte poten en een grote staart. Het dier heeft een smal gezicht met een puntige snuit en kleine, ronde oren. Gestreepte skunks hebben een dikke, ruige, zwart-witte vacht en zijn vernoemd naar hun kenmerkende patroon: zwart met een stuk wit op de kop dat in twee strepen over de rug en op de staart doorloopt. Mannelijke skunks zijn 38 tot 46 cm lang met een staartlengte van 33 tot 41 cm en een gewicht van 2 tot 5,5 kg. Vrouwtjes zijn iets kleiner met een kop-romplengte van 34 tot 41 cm, een staart van 30 tot 37 cm en een gewicht van 1,8 tot 4,9 kilo.
Crocuta crocuta
De gevlekte hyena (of Crocuta crocuta) komt ten zuiden van de Sahara voor. Het is een generalistisch roofdier dat in de meeste omgevingen kan leven, al kom je ze niet tegen in regenwouden of woestijnen. Ze hebben een heel herkenbaar uiterlijk met hun sterke voorpoten, gespierde nek en relatief zwakke achterpoten. Ze hebben een brede kop en snuit, hun vacht is zandkleurig met zwarte vlekken en ze hebben manen van de nek tot midden op de rug.
Equus africanus asinus
De gewone Amerikaanse ezel (Equus africanus asinus) is een gedomesticeerde versie van de Noord-Amerikaanse ezel. Noord-Amerikaanse ezels worden niet geclassificeerd op basis van hun stamboom, maar op basis van hun grootte om vast te stellen om welk type (dus niet om welk ras) het gaat. Dat heeft te maken met de uiteenlopende genetische variaties van hun voorouders, die vanaf de vijftiende eeuw vanuit alle hoeken van de Oude naar de Nieuwe Wereld werden geïmporteerd. De gewone Amerikaanse ezel heeft een schofthoogte van 1,2 tot 1,4 meter en weegt tussen de 180 en 227 kg. Andere typen zijn de mini-ezel en de kleine gewone ezel, die beide kleiner zijn, en de mammoetezel, die groter is dan de gewone Amerikaanse ezel. Noord-Amerikaanse ezels zijn grijs, bruin of zwart, met een lichter getinte buik en zwarte, eenvoudige markeringen op de rug, schouders en soms ook de poten. Sommige ezels hebben een gevlekte vacht met grote witte stippen. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit.
Tiliqua scincoides scincoides
De gewone blauwtongskink is een reptielensoort die voorkomt in de bossen, het struikgewas en de halfwoestijngebieden van Australië. Het zijn brede, platte dieren met een driehoekige kop en een dikke staart. Er bestaan verschillende kleurvarianten, maar meestal heeft de skink een strepenpatroon van geelbruine, beige en zwarte schubben. Zoals zijn naam al doet vermoeden, heeft hij een helderblauwe tong. Volwassen gewone blauwtongskinken zijn tussen de 45 en 60 cm lang.
Bitis arietans
De gewone pofadder (of Bitis arietans) is een giftige slangensoort die wijdverspreid is in Afrika ten zuiden van de Sahara en in het zuiden van het Midden-Oosten. De adder is te herkennen aan zijn gedrongen lichaam, brede kop en doffe schubben. De schubben zijn beige, bruin en zwart en hebben een netvormig patroon. Hierdoor is hij perfect gecamoufleerd op de savannes en in de graslanden waar hij het liefst leeft. De slang beweegt zich langzaam voort, maar hij kan heel snel zijn als hij wordt verstoord. De gemiddelde lengte is 1 meter, hoewel sommige exemplaren bijna 2 meter worden. Mannetjes zijn meestal groter dan vrouwtjes, en hebben een grotere omtrek en langere staart.
Phacochoerus africanus
Het gewone knobbelzwijn (of Phacochoerus africanus) leeft ten zuiden van de Sahara in diverse omgevingen. Hoewel ze op het moment niet met uitsterven worden bedreigd, lopen ze gevaar door droogte en jacht, omdat mensen ze vaak zien als schadelijk. Dit heeft twee redenen: ze kunnen ziektes overdragen op vee en ze kunnen gewassen op landbouwgrond vernielen als ze wroeten met hun slagtanden. Een aantal groepen in de populatie is daarom uitgeroeid.
Hystrix cristata
Het gewone stekelvarken (of Hystrix cristata) is een grote knaagdierensoort die voorkomt op de halfwoestijnen, savannen en berggebieden van Centraal- en Noord-Afrika, en Italië. De ruwe, harde vacht van het dier is donkerbruin tot zwart en het meest kenmerkende eraan zijn de zwart-witte stekels die vanaf het midden van de nek over de rug en zijkanten tot aan het eind van de staart groeien. Deze stekels worden opgezet als het stekelvarken zich bedreigd voelt en zijn erg scherp. Het gewone stekelvarken heeft een stompe, ronde snuit, kleine oogjes en ronde oren. Stevige poten ondersteunen het compacte lichaam. Bij deze diersoort is geen sprake van seksueel dimorfisme en het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is moeilijk te zien. Ze worden 60 tot 83 cm lang en wegen 13 tot 27 kg.
Achatina achatina
De Ghanese tijgerslak (of Achatina achatina) is een grote slakkensoort die voorkomt in de bossen van West-Afrika, met name in Sierra Leone, Liberia, Ivoorkust, Ghana en Nigeria. Ze hebben een grijs lichaam en een kegelvormig huisje dat geel, oranje of geelbruin is met zwarte strepen. Dit opvallende patroon is de inspiratie voor zijn naam. De soort is hermafrodiet: ze hebben zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtsorganen. Daarom zijn er geen duidelijke mannetjes en vrouwtjes. Kleine of nog niet volwassen dieren hebben vaak nog geen ontwikkelde geslachtsorganen, en kunnen worden beschouwd als mannelijk.
Heterometrus swammerdami titanicus
De gigantische bosschorpioen (of Heterometrus swammerdami titanicus) is een grote spinachtige van de orde Schorpioenen die voorkomt in de tropische regenwouden van India en Sri Lanka. Het is een flink, zwart dier met een dik pantser van chitine en zeer grote scharen. Het pantser kan een blauwe of groene glans hebben. De scharen van de gigantische bosschorpioen zijn krachtig. Ze kunnen er prooien mee vangen en verbrijzelen. Hun gif is relatief zwak. Waarschijnlijk omdat ze meer op de kracht van hun scharen vertrouwen dan op het effect van hun steek.
Heloderma suspectum
Het gilamonster (of Heloderma suspectum) is een grote giftige hagedissensoort die voorkomt in de droge streken van het zuiden van de VS en Noord-Mexico. Hij heeft oranje en zwarte schubben in een strepen- en netvormig patroon. Hij is 51 tot 60 cm lang en weegt tussen de 350 en 700 g. Het gilamonster kan heel goed ruiken en maakt daar gebruik van tijdens het jagen. Ze proeven vaak de lucht door hun tong uit te steken. De soort wordt bijna bedreigd, omdat mensen ze vaak doden uit angst. Ze zijn echter te langzaam om een serieuze bedreiging te vormen voor mensen.
Goliathus goliatus
De goliathkever (of Goliathus goliatus) is een grote insectensoort die voorkomt op de savannes en in de regenwouden van Centraal-Afrika. De mannetjes en vrouwtjes verschillen in uiterlijk en grootte. De mannetjes zijn groter, tussen de 60 en 100 mm, hebben een donkerbruin achterlijf, een bruin borststuk met witte strepen, zwarte poten en een witte kop met een Y-vormige hoorn. De vrouwtjes hebben kortere, dunnere strepen op het borststuk, zijn kleiner (tussen de 50 en 80 mm) en hebben geen hoorn. Er is weinig bekend over de levenscyclus van de soort in het wild, maar ze worden bedreigd omdat de regenwouden waarin ze leven worden vernietigd.
Conraua goliath
De goliathkikker (of Conraua goliath) is een extreem grote soort die voorkomt in de Afrikaanse regenwouden van Kameroen en Equatoriaal-Guinea, met name in de snelstromende riviertjes en beekjes. Hij is groen tot donkerbruin van kleur, heeft een lichter achterlijf, grote gele ogen en soms ook kleine, richelvormige bulten op de huid. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Ze wegen tussen de 0,6 en 3 kg en zijn 17 tot 30 cm lang. De soort wordt bedreigd door overbejaging voor voedsel, trofeeën en dierenhandel.
Theraphosa blondi
De goliathvogelspin (of Theraphosa blondi) is een extreem grote vogelspin die voorkomt in de tropische regenwouden en moerassen van Suriname, Guyana, Frans-Guyana, Brazilië en Venezuela. Hij is geelbruin van kleur, heeft roodbruine haren, een groot achterlijf met een groot, rond borststuk, dikke, gesegmenteerde poten en verlengde pedipalpen (monddelen). Het vrouwtje is groter dan het mannetje en beide geslachten hebben duidelijk zichtbare extremiteiten aan het eind van hun achterlijf die 'spintepels' worden genoemd. Hiermee maken ze hun webben. Goliathvogelspinnen gebruiken hun web om eierzakken te maken en sperma over te dragen, maar niet om prooi te vangen.
Phyllobates terribilis
De gouden pijlgifkikker (of Phyllobates terribilis) is een soort pijlgifkikker die van nature alleen voorkomt in de regenwouden van de Pacifische kust van Colombia. Hoewel ze 'gouden' kikkers worden genoemd, komen ze ook voor in het mintgroen, geel en oranje. Alle varianten zijn gemiddeld 50 tot 55 mm lang en hebben een extreem giftige huid die ze gebruiken als verdedigingsmechanisme tegen roofdieren. Hun felle kleuren zijn een waarschuwingssignaal voor potentiële gevaren. Ze leven op de grond van het woud en hoeven, in tegenstelling tot andere kikkersoorten, niet per se in of bij het water te leven. Ze hebben wel water nodig om hun eitjes te leggen.
Macropanesthia rhinoceros
De gravende reuzenkakkerlak (Macropanesthia rhinoceros) is een groot insect dat voorkomt in het struweel en de droge wouden van Noord-Australië. Ze zijn ongeveer 8 cm lang, wegen 30 g en zijn donkerrood-bruin van kleur. Ze worden zo genoemd omdat ze holen graven in het zand tot wel 1 meter diep. Ze zijn populaire huisdieren, omdat ze gemakkelijk te verzorgen zijn en het niet erg vinden als je ze oppakt.
Testudo hermanni
De Griekse landschildpad (of Testudo hermanni) is een kleine schildpaddensoort die voorkomt in de kustwouden van het Middellandse Zeegebied. Het schild heeft een geel met zwart patroon dat per ondersoort en individu verschilt. De oosterse ondersoort die tot 28 cm lang kan worden, is veel groter dan de maximaal 18 cm grote westerse. Vrouwtjes zijn bij deze diersoort doorgaans groter dan de mannetjes. Afhankelijk van hun omvang kunnen Griekse landschildpadden tussen de 2 en 4 kg wegen.
Halichoerus grypus
De grijze zeehond is een zeezoogdierensoort die voorkomt rond de landmassa's van de Atlantische Oceaan (VK, Ierland, IJsland, Noorwegen, Denemarken, Frankrijk, Nederland, België, Duitsland, Zweden, Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Rusland, Canada en de VS). De grijze zeehonden in de westelijke Atlantische Oceaan zijn aanmerkelijk groter dan die in het oostelijke deel. De mannetjes zijn tussen de 2,3 en 2,9 m lang en wegen tussen de 205 tot 370 kg, terwijl de vrouwtjes tussen de 1,9 en 2,3 m lang zijn en 160 tot 250 kg wegen.
Ursus arctos horribilis
De grizzlybeer (of Ursus arctos horribilis) is een ondersoort van de bruine beer. Hij komt voor in het noorden van de Verenigde Staten en Canada en wordt vaak de Noord-Amerikaanse bruine beer genoemd om verwarring te voorkomen. Een grizzlybeer is te herkennen aan zijn dikke, bruine vacht, een grote bult tussen de schouders, een rechte snuit en ronde oren. Ze hebben sterke voorpoten met lange klauwen die ze gebruiken om te graven en te jagen. Ze kunnen extreem groot worden, maar er is veel variatie in grootte tussen de verschillende populaties. Het gemiddelde mannetje weegt rond de 240 kg en is 2,2 m lang. Een gemiddeld vrouwtje weegt 160 kg en is 1,8 m lang.
Iguana iguana
De groene leguaan (of Iguana iguana) is een grote hagedissensoort die voorkomt in heel Midden-Amerika, het noorden van Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Hij heeft een lange staart en een gekartelde kam die van zijn kop tot de onderkant van zijn ruggengraat loopt. Verder heeft hij gespierde poten met lange tenen en klauwen. Ze kunnen ook strepen hebben op hun staart en lichaam.
Pecari tajacu
De halsbandpekari (of Pecari tajacu) is een varkensachtig zoogdier dat is aangepast aan het leven in verschillende omgevingen. Het leefgebied van de halsbandpekari strekt zich uit over de regenwouden, bossen, halfwoestijngebieden en graslanden van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Halsbandpekari's hebben een ruige, grijze vacht, die iets langer is rond de nek en ruggengraat. Hun naam verwijst naar de ring van blekere vacht rond de nek. Ze hebben een varkensachtige, ronde snuit en rechte slagtanden, en kleine, ronde oortjes. De halsbandpekari is niet seksueel dimorf. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit en zijn even groot. Ze hebben een schofthoogte van 30 tot 50 cm, zijn 84 tot 106 cm lang en wegen tussen de 15 en 42 kg.
Scarabeus sacer
De heilige pillenkever of scarabee is een mestkever die voorkomt in de kustduinen en moerassen rond de Middellandse Zee, in Noord-Afrika, Europa en het Midden-Oosten. De kop van de pillenkever heeft 6 langwerpige uitsteeksels en op elk van zijn voorpoten zitten er 4, waardoor het lijkt alsof er een stralenboog aan de voorkant van de kever zit. De heilige pillenkever is 10 tot 25 mm groot en heeft een glimmend zwart schild.
Casuarius casuarius
De helmkasuaris is een grote vogel die niet kan vliegen. Hij leeft in de regenwouden, mangroven en op de graslanden van Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië en noordelijk Australië. Hij heeft zwarte veren die eruitzien als een ruige zwarte vacht, en stevige, grijze poten en klauwen. De helmkasuaris heeft een opvallend bruin, benig uitsteeksel op zijn hoofd, een bruinzwarte gebogen snavel, een koningsblauwe keel en een lichtblauwe bovenkant van de kop. De achterkant van zijn nek is oranje en er hangen twee rode lellen aan zijn keel. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, maar vrouwtjes zijn aanzienlijk groter dan mannetjes, ze hebben een grotere kam en snavel en zijn feller gekleurd. Mannelijke helmkasuarissen zijn tussen de 112 en 136 cm hoog en wegen gemiddeld tussen de 29 en 34 kg. Vrouwtjes zijn tussen de 140 en 170 cm hoog en wegen gemiddeld tussen de 46 en 69 kg.
Ovis aries
De Hill Radnor (of Ovis aries) is een schapenras uit het Verenigd Koninkrijk dat te vinden is in Wales en England. Zijn naam verwijst naar zijn afkomst: het heuvellandschap van het historische Welshe graafschap Radnorshire en het omliggende gebied. Waarschijnlijk is het ras ontwikkeld uit andere lokale soorten in deze streek. In 1911 werd het officieel erkend als een apart schapenras. Hill Radnors zijn winterharde schapen met brede lichamen en dikke, gebroken witte wol. De poten en het gezicht zijn bruin tot bleekbruin en vrij van wol, met een witte snuit. Rammen van dit ras hebben twee kromme hoorns, terwijl ooien het zonder hoorns moeten stellen. De rammen zijn gemiddeld 80 cm hoog en wegen tussen de 70 en 80 kg. Ooien reiken tot een hoogte van 75 cm en wegen tussen de 50 en 55 kg.
Cerastes cerastes
De hoornadder (of Cerastes cerastes) is een gifslang die voorkomt in de woestijnen en halfwoestijnen van noordelijk Afrika en het Midden-Oosten. De adder wordt ook wel de Cerastes-adder genoemd. Het lichaam van de hoornadder is zandkleurig, vaak met een lichte onderkant. Er kan sprake zijn van iets donkerder bruine vlekken op de schubben als camouflage. De kop van de hoornadder is groot en driehoekig. Wat het meest opvalt zijn de kenmerkende, puntige hoorns boven de ogen, waar ze hun naam aan te danken hebben. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, maar mannetjes zijn vaak iets langer. Hun lichaamslengte is 30 tot 60 cm.
Ursus maritimus
De ijsbeer (of Ursus maritimus) is een grote berensoort die voorkomt in de poolcirkel en de subarctische gebieden. Ze hebben een compleet witte vacht met donkere ogen en een donkere neus, zijn stevig gebouwd met gespierde poten, en hebben grote klauwen die goed geschikt zijn om mee te zwemmen. Om zo min mogelijk warmte te verliezen hebben de beren kleine oren en een korte staart. Mannetjes zijn tussen de 2,4 en 3 meter lang met een gewicht tussen de 350 en 750 kg. Vrouwtjes zijn tussen de 1,8 en 2,4 meter lang en wegen 150 tot 250 kg. Beide seksen eten zowel ringelrobben als baardrobben.
Rhinoceros unicornis
De Indische neushoorn of pantserneushoorn (Rhinoceros unicornis) is een groot, grazend hoefdier dat voorkomt in de stroomgebieden van Noord-India, Nepal en Bhutan. De soort is te herkennen aan zijn korte, dikke hoorn en bruin-grijze, geplooide huid die doet denken aan een harnas. Mannelijke neushoorns zijn groter dan de vrouwtjes. De mannetjes wegen gemiddeld 2100 kg en zijn 3,7 m lang, de vrouwtjes 1600 kg en 3,2 m lang. De mannetjes zijn ook te herkennen aan de grote plooien in hun nek.
Elephas maximus indicus
De Indische olifant (of Elephas maximus indicus) komt voor in Centraal- en Zuidoost-Azië. De soort is te herkennen aan de karakteristieke slurf, kleine oren en een grijze huid met roze vlekjes in het gezicht. Ze zijn kleiner dan hun Afrikaanse tegenhangers. De mannetjes bereiken een gemiddelde hoogte van 2,75 m en wegen rond de 4000 kg. De vrouwtjes zijn gemiddeld 2,40 m hoog en wegen 2400 kg. Het zijn grote herbivoren die in verschillende omgevingen leven, zoals bossen, graslanden en berggebieden. Ze voeden zich met boombladeren, schors en gras.
Tapirus indicus
De Indische tapir is een zoogdier dat voorkomt in de regenwouden van Zuidoost-Azië. Zijn kop, schouders, voorpoten en achterpoten zijn zwart, terwijl het midden van zijn lichaam en de achterkant wit zijn. Het is een zwaargebouwd dier met een kenmerkende neus waarmee ze dingen kunnen grijpen. De Indische tapir is tussen de 1,8 en 2,5 m lang en weegt tussen de 250 en 540 kg. Vrouwtjes zijn meestal iets groter dan mannetjes en zijn 10% tot 20% zwaarder.
Varanus salvator
De Indische varaan (of Varanus salvator) is een groot reptiel dat voorkomt in de regenwouden, moerassen en mangrovebossen van de meeste warmere gebieden van Zuidoost-Azië en het Indiase subcontinent. Het is een donkergroen tot zwart gekleurd dier, met bleekbruine en gele netvormige markeringen over het hele lichaam. Op de staart vormen deze netpatronen vaak strepen. De Indische varaan is seksueel dimorf, waarbij de mannetjes groter zijn dan de vrouwtjes. Mannelijke Indische varanen zijn 1,5 tot 2 m lang en wegen tussen de 5 en 50 kg, met een gemiddelde van 20 kg. Vrouwtjes zijn 1,2 tot 1,8 m lang en 2 tot 22 kg zwaar.
Ursus arctos isabellinus
De Isabelbeer of Himalayabeer (Ursus arctos isabellinus) is een ondersoort van de bruine beer die in de bergen van Afghanistan, Pakistan, Noord-India, West-China, Nepal, Kazachstan en Tibet leeft. Ze zijn heel zeldzaam en worden ernstig bedreigd. Hoeveel van deze beren nog in het wild leven is onbekend, maar ze worden bedreigd door diverse factoren zoals habitatfragmentatie, projectontwikkeling van de mens en stroperij voor hun vacht en andere lichaamsdelen. Ze hebben een dikke, roodbruine vacht en de mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes met een gemiddelde lengte van 1,9 m en een gewicht van 135 kg tegenover 1,6 m en 70 kg voor een gemiddeld vrouwtje. Ze leven vaak boven de boomgrens en brengen de zomer door met foerageren, jagen en paren. In de winter houden ze hun winterslaap.
Panthera onca
De jaguar (of Pantera onca) is een grote kattensoort die voorkomt in Zuid-Amerika, Midden-Amerika en Mexico en heel zelden wordt gezien in het zuiden van de Verenigde Staten. Ze kunnen in verschillende omgevingen leven, maar prefereren dichtbegroeide bossen in de buurt van moerassen en rivieren. In vergelijking met andere kattensoorten zijn ze stevig gebouwd. Ze wegen tussen de 56 en 96 kg en zijn 112 tot 185 cm lang. Hun vacht is geel tot oranje met een zwart rozetpatroon en een witte onderkant.
Macaca fuscata
De Japanse makaak (of Macaca fuscata) is een apensoort die van nature alleen voorkomt op de Japanse eilanden. De aap leeft in verschillende omgevingen, zoals in de subarctische bossen in het noorden van Japan. Ze worden daarom ook wel sneeuwapen genoemd. De apen hebben een dikke, beige vacht, een witte buik en een roze gezicht. De mannetjes zijn gemiddeld 57 cm lang en wegen 11 kg. De vrouwtjes zijn iets kleiner met een lengte van 52 cm en een gewicht van 8 kg. Beide geslachten leven in groepen van 10 tot 100 apen. Dit zijn verwante vrouwtjes met een sterke band en niet-verwante mannetjes die er vanuit andere groepen bij zijn gekomen. De soort wordt niet bedreigd en doet het goed in het wild. Zo goed zelfs, dat ze afgeschoten kunnen worden als het er te veel zijn, om schade aan gewassen en bomen te voorkomen.
Syncerus caffer caffer
De kafferbuffel (of Syncerus caffer caffer) leeft ten zuiden van de Sahara en is het grootste lid van de holhoornigen-familie in de Afrikaanse wildernis. Ze zijn gewoonlijk 1,7 tot 3,4 meter lang, met een schofthoogte van 1 tot 1,7 meter. Kafferbuffels zijn te herkennen aan hun opmerkelijke hoorns, die breed en gekruld zijn, en midden op het voorhoofd samenkomen tot een soort schild. Het dominante mannetje van een kudde heeft vaak de grootste hoorns.
Bradypus variegatus
De kapucijnluiaard (of Bradypus variegatus) is een in bomen levend zoogdier dat voorkomt in de regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika. De kleur van de vacht is bleekgrijs tot bruin, de voorpoten zijn lang en slungelig en langer dan de achterpoten, en het dier heeft een korte, rudimentaire staart. Deze luiaardsoort heeft drie lange klauwen aan beide voor- en achterpoten. De klauwen aan de voorpoten zijn aanmerkelijk langer. De kapucijnluiaard heeft een ronde kop met onopvallende oren en donkerbruine markeringen die schuin van de ogen naar de zijkant van de kop lopen. Mannetjes en vrouwtjes zien er bijna hetzelfde uit. Het enige verschil is dat het mannetje een plek op zijn rug heeft met een duidelijke tekening. Gemiddeld is de kapucijnluiaard 60 cm lang met een gewicht van 3,5 tot 5,2 kg.
Madoqua kirkii
Kirks dikdiks (of Madoqua kirkii) zijn kleine antilopen die zich hebben aangepast aan de grassteppen van Oost- en Zuid-Afrika. Ze zien er delicaat uit met hun kleine lijven op dunne pootjes, waarvan de achterste langer zijn. Ze hebben een smalle kop, een spitse snuit en grote, ronde ogen. De mannetjes hebben korte hoorns die geheel of gedeeltelijk bedekt zijn met de vacht op het voorhoofd. De korte vacht is bruin en gaat richting de rug en de achterzijde over in grijs, met op de buik een lichtere tint. Behalve de aanwezigheid van de hoorns van de mannetjes zien beide geslachten er hetzelfde uit. De dieren worden tussen de 35 en 45 cm hoog en wegen zo'n 7,2 kg.
Aonyx cinereus
De kleinklauwotter (of Aonyx cinereus) komt voor in de rivieren en stromen van Centraal- en Zuidoost-Azië en is de kleinste ottersoort ter wereld. Het gestroomlijnde lichaam is bedekt met een bruine vacht, met een witte buik en keel. Kleinklauwotters worden tussen de 72 en 96 cm lang en wegen 2,7 tot 5,4 kg. Er zijn geen zichtbare verschillen tussen de mannetjes en vrouwtjes van deze soort.
Cygnus olor
De knobbelzwaan (of Cygnus olor) is een grote watervogel die voorkomt in Europa en Azië, met invasieve populaties in Noord-Amerika en Japan. De knobbelzwaan is wit met zwarte poten en een oranjerode snavel, en zwarte markeringen rond de neusgaten, ogen en de rand en het puntje van de snavel. Onder volwassen exemplaren komt een bijna onopvallende leucistische vorm voor, waarbij de poten roze zijn in plaats van zwart. Jonge zwanen zijn normaal gesproken grijs, maar leucistische jonge zwanen hebben witte veren. Knobbelzwanen danken hun naam aan een opvallende zwarte knobbel op de snavelbasis tussen de ogen. Deze knobbel is bij mannetjes meestal groter, maar dat varieert per individu, omgeving en tijd van het jaar. In de paartijd wordt de knobbel bij broedende mannetjes en vrouwtjes groter. Mannetjes zijn over het algemeen tussen de 1,4 en 1,7 m lang met een spanwijdte van 2 tot 2,4 m en wegen 9,2 tot 14,3 kg. Knobbelzwaanvrouwtjes zijn iets kleiner, tussen de 1,25 en 1,55 m lang, en hebben een spanwijdte van 1,8 tot 2,16 m. Ze zijn 7,6 tot 10,6 kg zwaar.
Phascolarctos cinereus
De Queensland koala (of Phascolarctos cinereus) is een buideldier dat leeft in eucalyptusbomen in oostelijk Australië. Hun vacht is grijs tot bruin, ze hebben gedrongen ledematen, ronde pluizige oren en een bolle neus. Het zijn seksueel dimorfische dieren, wat betekent dat het mannetje aanzienlijk groter is dan het vrouwtje. Queensland koala's zijn tussen 60 en 75 cm hoog. Mannetjes wegen tussen de 4,2 en 9,1 kilo, vrouwtjes tussen de 4,1 en 7,3 kilo. Beide seksen eten bijna uitsluitend eucalyptusbladeren.
Varanus komodoensis
De komodovaraan (of Varanus komodoensis) is een grote reptielensoort die voorkomt op de Indonesische eilanden Komodo, Rinca, Flores en Gili Motang. Ze hebben een doffe groen-bruine kleur, ver uit elkaar staande, gebogen poten, een lange, gespierde staart en een gele, gevorkte tong. De mannetjes hebben een gemiddelde lengte van 2,59 m en wegen tussen de 79 en 91 kg. De vrouwtjes zijn kleiner met een lengte van 2,29 m en een gewicht van 68 tot 73 kg.
Papilio machaon
De koninginnenpage (of Papilio machaon) is een vlinder die voorkomt in de gematigde regio's, bossen en zelfs op de toendra's van Europa, Azië en Noord-Amerika. De vlinder heeft lichtgele vleugels met een grijszwart patroon op de voorvleugels en blauwzwarte accenten en rode oogvlekken op de achtervleugels. Aan de achtervleugels zit ook een langwerpig, zwart gekleurd aanhangsel dat vleugelstaart of -slip wordt genoemd. Vroeger werd als Nederlandse naam ook wel zwaluwstaart gebruikt. Er is geen verschil in uiterlijk tussen de mannetjes en de vrouwtjes. De gemiddelde spanwijdte is 6,5 tot 8,6 cm. De rups heeft een gedrongen, geelgroen lijf met zwarte en oranje markeringen op elk lichaamssegment.
Aptenodytes patagonicus patagonicus
De koningspinguïn (of Aptenodytes patagonicus patagonicus) is een grote zeevogelsoort die voorkomt in de Zuidelijke Oceaan en broedt op sub-Antarctische eilanden zoals de Falklandeilanden en Zuid-Georgia. Koningspinguïns hebben donkergrijze veren op hun rug en vleugels, witte veren op hun borst en buik, en gele markeringen op hun keel. Hun kop is zwart, met feloranje wanggedeelten en een oranje streep langs de snavel. Ze zijn tussen de 70 en 100 cm lang en wegen gemiddeld tussen de 9 tot 14 kg. Na de keizerspinguïn is de koningspinguïn de grootste pinguïnsoort.
Lama glama
De lama (of lama glama) is een kamelensoort die leeft in de bergen en op de steppen van westelijk Zuid-Amerika. Hij komt van nature voor in Ecuador, Peru, Bolivia, Chili en Argentinië, maar door zijn hoge kwaliteit wol is hij tegenwoordig over de hele wereld als vee te vinden. Het zijn gedomesticeerde dieren die al 4000 jaar lang bij mensen in de buurt wonen als vee en lastdier. Ze hebben een lange nek, lange poten en een stevig lichaam bedekt met dik, ruig haar. Ze kunnen wit, bruin, gevlekt, zwart of grijs zijn. Beide seksen zijn tussen de 1,6 en 1,8 m hoog en 92 tot 160 cm lang, met een gewicht tussen de 130 en 200 kg.
Oophaga lehmanni
Lehmanns pijlgifkikker (of Oophaga lehmanni) is een amfibieënsoort die van nature alleen voorkomt in de Colombiaanse regenwouden van de Anchicaya-vallei. De kikker leeft het liefst op de grond van het woud, maar is soms ook te vinden op lage takken en in struiken. Hij heeft een opvallend uiterlijk met zijn brede, donkerbruine tot zwarte strepen op de rug, kop en poten. Daartussen heeft hij felgekleurde rode, gele of oranje stroken. De kikkers zijn gemiddeld 31 tot 36 mm lang als ze volgroeid zijn.
Melursus ursinus
De in de tropische regenwouden en graslanden van India, Bangladesh, Sri Lanka, Bhutan en Nepal voorkomende lippenbeer (of Melursus ursinus) is een middelgrote beer met een ruige, zwarte vacht, een lichtgrijze snuit en een opvallende grijswitte maansikkelvormige markering over de borst. Lippenberen hebben een brede kop, langwerpige snuit en harige oren met pluimpjes. De mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar, maar mannetjes zijn 10 tot 20% groter dan vrouwtjes, met een lengte van 1,4 tot 1,9 m, een schofthoogte van 60 tot 90 cm en een gewicht van 80 tot 145 kg.
Helarctos malayanus
De Maleise beer is een kleine berensoort die voorkomt in de tropische regenwouden van Zuidoost-Azië. Hij heeft een donkerbruine tot zwarte vacht met een lichtbruin gezicht en snuit, en een opvallende, oranje, sikkelvormige markering op zijn borst. De Maleise beer heeft een brede kop, een langwerpige snuit en kleine, ronde oren. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, maar de mannetjes zijn 10% tot 20% groter dan de vrouwtjes. Ze zijn 120 tot 150 cm lang en wegen tussen de 27 en 65 kg.
Mandrillus sphinx
De mandril (of Mandrillus sphinx) is een grote aap die leeft in de regenwouden en op de plateaus van Kameroen, Gabon, Equatoriaal-Guinea en de Democratische Republiek Congo. Ze hebben een olijfgroene tot donkergrijze vacht, een witte buik en opvallende kleuren op het gezicht: een lange roze strook midden over de snuit en blauwe vlakken aan weerszijden daarvan. Ze hebben ook een gele baard.
Chrysocyon brachyurus
De manenwolf (of Chrysocyon brachyurus), die voorkomt in de bossen, graslanden en struikgewassen van Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay, is een hondachtige met een naam die verwijst naar de donkere, dikke manen die van het midden van de nek tot aan de schouderbladen lopen. De lange, dunne ledematen zorgen voor een nogal slungelig voorkomen. De manenwolf heeft een rode, ruige vacht op het lichaam en de poten zijn bedekt met kort zwart haar. Mannetjes- en vrouwtjesmanenwolven zien er hetzelfde uit en zijn ongeveer even groot. Ze hebben een schofthoogte van 73 tot 95 cm. Ze zijn 95 tot 115 cm lang, plus een staart van 30 tot 40 cm en wegen tussen de 20 en 29 kg.
Otocolobus manul
De manoel (of Otocolobus manul), ook wel bekend als de pallaskat, is een kleine, wilde katachtige die voorkomt in Centraal- en Oost-Azië, met een leefgebied dat wordt omzoomd door de Kaukasus in het westen en de Himalaya in het zuiden. De dieren vallen vooral op door hun dikke, lange vacht, die ze een mollig, knuffelachtig uiterlijk geeft. De vacht is grijs met beige tot roestrode tinten en hier en daar donkere strepen. De kop is klein en rond, met kleine, driehoekige oren. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, met een kop-romplengte van tussen de 46 en 65 cm, een staart die tussen de 21 en 31 cm lang is en een gewicht van 2,5 tot 4,5 kg.
Papio hamadryas
De mantelbaviaan (of Papio hamadryas) is een grote bavianensoort die voornamelijk op de grond leeft en voorkomt in Ethiopië, Djibouti en Somalië in de Hoorn van Afrika en Jemen op het Arabisch Schiereiland. Mantelbavianen zijn extreem seksueel dimorf. Niet alleen qua grootte, maar ook in uiterlijk. Beide seksen hebben een ruige vacht: bruin bij de vrouwtjes en zilverachtig wit bij de mannetjes. Daarnaast hebben de mannetjes dikke manen, ook wel cape genoemd, rond de nek en een kraag van haar rond de wangen. Ze hebben een hondachtige snuit en een kaal gezicht dat roodbruin van kleur is. Bavianen hebben opvallende verhardingen op hun achterste. Door deze verdikte stukken naakte huid kunnen ze comfortabel op takken en andere ruwe oppervlakken zitten. Mannelijke mantelbavianen zijn twee keer zo groot als de vrouwtjes, met een kop-romplengte van 70 tot 95 cm. De staart voegt daar nog eens 42 tot 60 cm aan toe. In totaal wegen ze 15 tot 30 kg. Vrouwtjes zijn 50 tot 65 cm lang en hebben een staart van 37 tot 41 cm. Ze wegen maar 10 tot 15 kg.
Brachypelma hamorii
De Mexicaanse roodknievogelspin (of Brachypelma hamorii) is een spinnensoort die voorkomt in het struweel, de woestijnen en de wouden van Mexico. Hij heeft een zwart lichaam en zwarte poten, oranje-rode tinten op de gewrichten en overal op het lichaam gevoelige haartjes, net als alle vogelspinnen. Ze zijn rond de 10 cm lang en hebben een spanwijdte van 15 cm. Het zijn nachtdieren die overdag in holen leven en 's nachts op zoek gaan naar prooi. Ze voeden zich met insecten, kleine amfibieën en kleine zoogdieren.
Tapirus bairdii
De Midden-Amerikaanse tapir of Bairds tapir (Tapirus bairdii) is een bedreigd zoogdier uit de bossen van Midden-Amerika. Hij is een van de vijf soorten tapirs, waarvan vier in Midden- en/of Zuid-Amerika leven. De vrouwtjes zijn iets groter dan de mannetjes. Beide hebben een donkerbruine tot zwarte vacht, en een lichte kin en borst als ze volgroeid zijn. Kalfjes zijn geelbruin met witte vlekjes en strepen. Hun kleurenpatroon biedt camouflage als het zonlicht door de bomen schijnt van de bossen waarin ze leven.
Danaus plexippus
De monarchvlinder (of Danaus plexippus) is een vlinder die wereldwijd veel voorkomt, maar die het meest gezien wordt in Noord- en Zuid-Amerika. Monarchvlinders hebben een spanwijdte van 8,9 tot 10,2 cm en wegen ongeveer 0,5 gram. De vleugels zijn oranjerood met duidelijke zwarte lijnen en dikke zwarte randen met witte stippen. De poten en voelsprieten zijn zwart en het lichaam is zwart met witte stippen. De rups van de monarchvlinder heeft een gedrongen lijf met gele, zwarte en witte strepen.
Dasypus novemcinctus
Het in graslanden, regenwouden en droge struikgewassen te vinden negenbandgordeldier (of Dasypus novemcinctus) is een gepantserd zoogdier dat voorkomt in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Er zijn negen ondersoorten met grote uiterlijke verschillen waargenomen in het leefgebied van het negenbandgordeldier. Over het algemeen zijn de schouders en heupen van de dieren bedekt met grote platen grijsroze gevlekt pantser, en hebben ze negen kenmerkende gesegmenteerde platen op de torso, die samenkomen in een lange, geschubde staart. Ze hebben korte poten en sterke klauwen, met vier nagels aan de voorpoten en vijf op de achterpoten. Hun gezicht is spits met lange oren. Negenbandgordeldieren hebben een kop-romplengte van 38 tot 58 cm met een extra staartlengte van 26 tot 53 cm. Tot het hoogste punt van hun pantser zijn ze 15 tot 25 cm hoog. Mannetjes zijn zwaarder dan vrouwtjes – 5,5 tot 7,7 kg tegen 3,6 tot 6 kg – maar verder zien ze er hetzelfde uit.
Nasalis larvatus larvatus
De neusaap is een primatensoort die voorkomt in de regenwouden, mangroven en moeraswouden van het eiland Borneo (Indonesië, Maleisië en Brunei). De apen hebben een donkeroranje vacht op hun rug en boven op hun kop, een lichter oranje vacht op hun borst, buik en bovenarmen, en grijze vacht op hun onderlichaam, achterpoten en voorarmen. Mannetjes hebben een kenmerkende, lange neus die over hun bovenlip heen hangt. Vrouwtjes hebben dit uitgesproken kenmerk niet, maar hun neus is voor primaten toch nog vrij groot. Mannetjes en vrouwtjes verschillen in grootte. Mannetjes zijn gemiddeld 66 tot 76 cm groot en wegen tussen de 16 en 22,5 kg. Vrouwtjes zijn 53 tot 62 cm groot en wegen tussen de 7 en 12 kg.
Neofelis nebulosa
De nevelpanter is een middelgrote boomkat die voorkomt in de bossen en graslanden van Zuidoost-Azië. Hij heeft een gele tot grijze vacht met grote, zwarte, netvormige ringen. Zijn kop, poten en staart hebben zwarte stippen en strepen. Nevelpanters zijn 69 tot 108 cm lang, met een staart van 61 tot 91 cm. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Nevelpanters wegen tussen de 11 en 23 kg.
Kobus megaceros
De nijlantilope (of Kobus megaceros) is een hoefdiersoort die voorkomt in de moerassen van Zuid-Soedan en Ethiopië. Ze zijn zeer seksueel dimorf: mannelijke nijlantilopes zijn groter dan vrouwtjes, met een lengte van 1,6 tot 1,8 m en een schofthoogte van 1 tot 1,05 m. Ze wegen 90 tot 120 kg. Ze hebben lange, geribbelde hoorns, en een donkerbruine vacht met witte markeringen op de schouders, het gezicht en de poten. Op de nek van het mannetje bevinden zich langere, borstelige haren. Vrouwtjes daarentegen hebben geen hoorns en hebben een veel lichtere, bleekbruine vacht. Ze zijn tussen de 1,3 en 1,7 m lang, hebben een schofthoogte van 0,8 tot 0,85 m en zijn tussen de 60 en 90 kg zwaar.
Hippopotamus amphibius
Het nijlpaard (of Hippopotamus amphibius) is een groot zoogdier dat voorkomt in de rivieren ten zuiden van de Sahara. De in het water levende dieren hebben lange, vooruitstekende tanden, neusgaten boven op de snuit, kleine oren en een dikke grijs-bruine huid. Mannetjes zijn 4 tot 5 m lang en wegen tussen de 1500 en 2000 kg. Vrouwtjes zijn tussen de 3,3 en 4,2 m lang en wegen tussen de 1000 en 1500 kg.
Rousettus aegyptiacus
De nijlroezet of Rousettus aegyptiacus is een reuzenvleermuis die voorkomt in de regenwouden, loofbossen en struikgewassen van de sub-Sahara, Egypte en het Arabisch Schiereiland. Nijlroezetten hebben een met gele, oranje of bruine vacht bedekt lichaam en grote, grijszwarte vleugels die meer roze zijn bij de vingers. Ze hebben een lange snuit die eindigt in een stompe neus, grote ogen en grote, puntige oren. Ze zijn gemiddeld 15 cm lang met een spanwijdte van 60 cm. Hun gewicht is 80 tot 170 gr. De mannetjes van deze diersoort zijn meestal iets groter en zwaarder dan de vrouwtjes.
Varanus niloticus
De nijlvaraan (of Varanus niloticus) is een grote reptielensoort die op verschillende plekken leeft ten zuiden van de Sahara, maar niet in de woestijn. Ze zijn ook naar de Verenigde Staten gebracht (Californië en Florida) waar ze worden gezien als invasieve soort. Nijlvaranen geven de voorkeur aan omgevingen met water en leven vaak bij rivieren. De twee geslachten zien er hetzelfde uit en zijn tussen de 120 en 220 cm lang. Meer dan de helft daarvan is de staart. Volwassen dieren zijn gewoonlijk bruin tot groen, met donkere strepen op het lichaam en gele vlekken op de poten en kop. Jonge dieren zijn zwart met felgele vlekken.
Castor canadensis
De Noord-Amerikaanse bever is een grote knaagdierensoort die leeft in de gematigde bossen en riviergebieden van de Verenigde Staten en Canada. Het dier heeft een dubbele vacht die bestaat uit een bovenlaag met lange, ruwe haren en een ondervacht met kortere, fijnere haren. De vacht geeft de bever een ruw uiterlijk. De bever kan bruin, rood of bleekbruin van kleur zijn en heeft kleine ogen en oren, een zwarte, hoog op de snuit geplaatste neus en grote, opvallende voortanden. De Noord-Amerikaanse bevers hebben een kop-romplengte van 74 tot 90 cm en een staartlengte van 20 tot 35 cm. Ze wegen tussen de 11 en 32 kg.
Apteryx mantelli
De noordereilandkiwi (of Apteryx mantelli) is een kleine loopvogel die voorkomt in de bossen van het Noordereiland van Nieuw-Zeeland. Het ronde lichaam is bedekt met dikke, bruine veren, met daaronder door korte, stevige poten. De kiwi heeft kleine, zwarte ogen en een lange, roze snavel. Vrouwtjes zijn iets groter en zwaarder dan de mannetjes. Ze zijn 50 tot 60 cm groot en wegen ongeveer 2,8 kg. Het mannetje is 45 tot 55 cm groot en weegt 2,2 kg.
Tragelaphus angasii
De nyala (of Tragelaphus angasii) is een schuwe antilope die leeft in de dichte ondergroei van de savanne in Zuidoost-Afrika. Het zijn seksueel dimorfe dieren, omdat de twee geslachten er anders uitzien. De mannetjes zijn veel groter dan de vrouwtjes en hebben een donkergrijze, ruige vacht, gele poten en gedraaide hoorns met een geel puntje. De vrouwtjes zijn geelbruin van kleur en hebben geen hoorns. Beide geslachten hebben verticale witte strepen op de rug.
Okapia johnstoni
De okapi (of Okapia johnstoni) is een schuwe diersoort die voorkomt in de dichtbegroeide bossen van de Democratische Republiek Congo. Ze hebben een opvallend uiterlijk met hun grijs-witte gezicht, donkerbruine vacht en witte strepen op het achterwerk en de poten. De geslachten verschillen een beetje in uiterlijk: de mannetjes hebben kleine hoorntjes en de vrouwtjes een bosje haar op die plek. Beide zijn gemiddeld 1,4 tot 1,6 m hoog en 2,4 tot 2,6 m lang.
Potamochoerus porcus
Het penseelzwijn (of Potamochoerus porcus) is een klein lid van de varkensfamilie dat voorkomt in en nabij de rivieren, meren en moerassen van West- en Midden-Afrika. Het dier heeft een opvallende rode vacht over zijn hele lichaam, en het gezicht, de poten, de staart en de oren zijn zwart. Boven op de oren zit een zwart-witte pluim. Over de rug loopt een pluizige, witte streep haar. Hun gelaatstrekken zijn omkranst door een dunne streep wit haar. Het zijn seksueel dimorfe dieren, waarbij de mannetjes over het algemeen groter en zwaarder zijn dan de vrouwtjes. Ze hebben daarnaast een bredere schedel met botachtige uitsteeksels en lange, uitstekende haren over het hele gezicht. Het penseelzwijn heeft een kop-romplengte van 100 tot 150 cm, een schofthoogte van 50 tot 80 cm en een gewicht van 45 tot 115 kg.
Phoebis sennae
De Phoebis sennae is een vlinder die in gematigde open gebieden in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika voorkomt, zoals graslanden, parken, tuinen, waterstromen en kusten. Hij heeft gele vleugels met bruine en/of zwarte vlekken en randen. Vrouwtjes zijn meestal iets minder fel van kleur dan mannetjes en hebben gele vlekken op de donkere vleugelranden. De Phoebis sennae heeft een spanwijdte van 5,5 tot 7,8 cm. De rups van de Phoebis sennae is felgeel of -groen met een gele streep en blauwe stippen aan de zijkanten.
Phyllium giganteum
De Phyllium giganteum is een grote insectensoort die voorkomt in de westelijke tropische regenwouden van Maleisië. Deze soort beschikt over buitengewone camouflage. Zoals de naam al doet vermoeden, is hij zo geëvolueerd dat hij één wordt met de bladeren van de boom waarin hij leeft. Vrouwtjes zijn 12 cm lang, breed en plat, en hebben kleine, rudimentaire vleugels waarmee ze niet kunnen vliegen. Mannetjes zijn ongeveer 9 cm lang en een stuk dunner. Ze hebben lange vleugels waarmee ze kunnen vliegen.
Puma concolor
De poema is een grote katachtige die in de bossen, bergen, graslanden, woestijnen en struikgewassen van Canada, de Verenigde Staten, Mexico en Zuid-Amerika leeft. Het dier, dat ook wel bergleeuw en zilverleeuw wordt genoemd, heeft een zandkleurige vacht, dikke poten en een dikke staart, een brede kop met afgeronde oren, een witte snuit en donkere, traanvormige plekken onder de ogen. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 120 tot 200 cm, een schofthoogte van 60 tot 90 cm, een staartlengte van 63 tot 95 cm en een gewicht van 53 tot 100 kg. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 90 tot 180 cm, een gewicht van 29 tot 64 kg en een vergelijkbare hoogte en staartlengte als de mannetjes.
Vulpes lagopus
De poolvos is een kleine hondachtige die voorkomt in de poolregio's en de bergtoendra van Canada, de Verenigde Staten, Groenland, IJsland, Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. In de winter hebben de meeste poolvossen een dikke, witte vacht die ze beschermt tegen de extreme temperaturen. 's Zomers is hun vacht uitgedund en bruin of donkergrijs, en bleker op de buik. Een klein percentage van de populatie blijft zowel in de winter als de zomer bruin. Deze kleurvariëteit wordt de blauwvos genoemd. De poolvos heeft afgeronde oren, kleine, amberkleurige ogen en een kleine, zwarte neus. Ze hebben een schofthoogte van 25 tot 30 cm, met een staart van 25 tot 35 cm lang. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 46 tot 68 cm en een gewicht van tussen de 3,2 en 9,4 kg, bij een gemiddelde van 3,5 kg. De vrouwtjes zijn wat kleiner en hebben een kop-romplengte van 41 tot 55 cm en een gewicht van 1,4 tot 3,2 kg, met een gemiddelde van 2,9 kg.
Canis lupus arctos
De poolwolf (of Canis lupos arctos) is een grote hondachtige die voorkomt in Canada en Groenland. Deze witte wolven jagen in grote groepen en voeden zich voornamelijk met muskusossen en poolhazen, maar ze eten ook vossen, vogels en berenjongen, en zijn incidenteel aaseters.
Equus ferus przewalskii
Het przewalskipaard (of Equus ferus przewalskii) is een ondersoort van het wilde paard dat leeft op de steppen van Mongolië. Het dier, dat in het Mongools takhi wordt genoemd, is kleiner en steviger gebouwd dan de meeste andere paardachtigen, met een lengte van 2,1 tot 2,6 meter en een schofthoogte van 1,2 tot 1,5 meter. Volwassen exemplaren wegen tussen de 250 en 360 kg. Mannetjes zijn soms iets groter dan vrouwtjes, maar verder zijn er geen duidelijke verschillen tussen de geslachten. De oranje-bleekbruine vacht is aan de onderkant lichter en wordt geaccentueerd door rechtopstaande, zwarte manen, een dikke, zwarte staart en zwarte benen.
Pteropus conspicillatus
De Pteropus conspicillatus is een grote, donkere vleerhondensoort die voorkomt in de tropische regenwouden en mangroves van Nieuw-Guinea en het Australische North Queensland. Het dier heeft een zwarte vacht met geelwitte markeringen rond de nek en ogen en boven op de kop, waardoor het lijkt of het dier een bril draagt. Ze hebben grote, zwarte vleugels, puntige oren en grote, ronde ogen. De lange snuit eindigt in een stompe neus. Het dier heeft een gemiddelde lichaamslengte van 22 tot 25 cm, een vleugelwijdte van maximaal 80 cm en een gewicht van 500 tot 1000 gram.
Setonix brachyurus
De quokka (of Setonix brachyurus) is een kleine wallabysoort die voorkomt in de moerassen, struikgewassen en bossen van Rottnest Island en Bald Island, plus de kust van het zuidwesten van Australië. Ze hebben een dikke, vaalgele vacht, grote, sterke achterpoten, kleine, beweeglijke voorpoten en een dunne staart. Hun oren en gezicht zijn rond, met een karakteristieke 'glimlach'. Quokka's zijn 40 tot 54 cm groot, waarbij de staart nog eens 25 tot 30 cm lang is. De mannetjes zijn iets groter dan de vrouwtjes. Ze wegen tussen de 2,7 en 5 kg, terwijl de vrouwtjes 1,5 tot 3,5 kg wegen.
Rangifer tarandus
Het rendier (of Rangifer tarandus) is een hoefdiersoort die voorkomt in poolgebieden en subarctische gebieden, voornamelijk in Canada, de Verenigde Staten (Alaska), Rusland, Noorwegen, Finland en Groenland. Het uiterlijk van een rendier hangt af van zijn leefgebied en het seizoen, maar over het algemeen hebben ze een bruine met witte vacht en een kop met een witte onderzijde en snuit, vaak met een donkerdere tekening rond de neus. Ze hebben een groot gewei, waarvan meerdere takken zijn bedekt met een bruine, fluweelachtige huid. De mannetjes zijn tussen de 1,8 en 2,1 meter hoog en wegen tussen de 159 en 182 kg. De vrouwtjes zijn tussen de 1,6 en 2,05 meter hoog en wegen tussen de 80 en 120 kg.
Scolopendra gigantea
De reuzenduizendpoot uit het Amazonegebied (Scolopendra gigantea) is een grote, afschrikwekkende geleedpotige die voorkomt in de wouden van Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Hij kan veel dieren vangen, vergiftigen en doden, en heeft specifieke technieken aangeleerd om bepaalde prooien te vangen. De duizendpoot kan 30 cm lang worden en komt voor in verschillende kleuren: gewoonlijk rood, maar ook geel, bruin of zwart. Zijn poten zijn geel en hij heeft donkere strepen tussen de segmenten.
Myrmecophaga tridactyla
De reuzenmiereneter (of Myrmecophaga tridactyla) is een middelgroot zoogdier dat leeft op de graslanden en in de bossen van Zuid-Amerika. Zoals de naam doet vermoeden voeden reuzenmiereneters zich bijna uitsluitend met mieren en termieten. Ze vinden mierenkolonies op de geur, waarna ze een gat graven en met hun lange, kleverige tong de mieren eruit halen. De reuzenmiereneter is heel herkenbaar, met zijn lange, buisvormige snuit, kleine oogjes en oortjes, stevige ledematen, stugge manen en dikke, borstelige staart. Hij heeft ook een kenmerkend patroon op zijn lichaam: witte voorpoten, een grijze snuit en een zwarte streep over zijn borst, keel en schouders, met een borstelige, zwarte tot bruine staart en manen.
Pteronura brasiliensis
De reuzenotter is een groot waterdier dat voorkomt in het Amazonebekken en het draslandgebied Pantanal in Zuid-Amerika. De reuzenotter heeft een dikke, fluweelachtige bruine vacht met opvallende witte markeringen bij de keel. Reuzenotters hebben grote poten met zwemvliezen en een vleugelachtige staart waarmee ze goed kunnen zwemmen. Mannetjes en vrouwtjes zijn even groot, meestal tussen de 150 en 180 centimeter lang, maar kunnen in gewicht afwijken. Mannetjes wegen 26 tot 32 kg. Vrouwtjes zijn iets lichter en wegen 22 tot 26 kg.
Ailuropoda melanoleuca
De reuzenpanda (of Ailuropoda melanoleuca) is een beer die leeft in de bergen van Centraal-China. Ze hebben een zwart-witte vacht in een karakteristiek patroon, en zwarte poten, oren en cirkels rond de ogen. Panda's eten bijna alleen maar bamboe en zijn daarom extreem afhankelijk van bamboebossen om te overleven. Ze moeten er veel van eten, omdat het maar weinig energie oplevert. Het merendeel van de tijd besteden ze dan ook aan foerageren en eten. Door hun lage energie-inname zijn de pandawelpjes erg klein en kwetsbaar.
Lemur catta
Net als alle maki's of lemuren komt de ringstaartmaki (of Lemur catta) van nature alleen voor op Madagaskar. Ringstaartmaki's hebben een spitse snuit, katachtige oren en een lange staart met 12 of 13 witte ringen, 13 of 14 zwarte ringen en een puntje dat altijd zwart is. Ze zijn tussen de 39 en 46 cm lang en hebben een staart van 56 tot 63 cm. Ze leven in groepen waarmee ze rondtrekken en foerageren. Ringstaartmaki's zijn omnivoren. Ze eten fruit, bladeren, insecten en het meeste andere voedsel dat ze kunnen vinden.
Ailurus fulgens
De rode panda of kleine panda (Ailurus fulgens) is een klein zoogdier dat in de bossen van de Himalaya leeft en in verschillende gebieden in China. Ondanks de naam is hij niet nauw verwant met de reuzenpanda. Er zijn wel een paar overeenkomsten, zoals een dieet dat voornamelijk uit bamboe bestaat. De rode panda heeft een rode vacht, zwarte poten, een staart met ringen, witte oren en een witte snuit. Hij is gemiddeld 50 tot 64 cm lang van top tot teen en heeft een staart van 28 tot 59 cm lang. De panda's kunnen heel goed klimmen en zwemmen, en leven graag in een afwisselende omgeving.
Macropus rufus
De rode reuzenkangoeroe (of Macropus rufus) is een grote soort buidelzoogdier die voorkomt in heel Australië, behalve in de kustregio's en regenwouden. Rode reuzenkangoeroes hebben grote, L-vormige achterpoten, grote, konijnachtige oren en een lang gezicht met een stompe snuit. Het is een seksueel dimorfe soort, wat betekent dat de mannetjes en de vrouwtjes er anders uitzien. Het mannetje is veel groter, tussen 1,30 en 1,60 m hoog, met een 1,30 m lange staart en een gewicht van tussen de 55 en 90 kg. De vrouwtjes zijn kleiner, tussen de 0,85 en 1,05 m hoog, en hebben een gewicht van 18 tot 40 kg. Mannetjes hebben een rode vacht met een lichte onderkant en gespierde poten, borst en armen, terwijl de vrouwtjes een grijze vacht hebben en minder gespierd zijn.
Varecia rubra
De rode vari (of Varecia rubra) is een met uitsterven bedreigde primatensoort die voorkomt in de regenwouden van het schiereiland Masoala op Madagaskar. De halfaap heeft gele ogen, een spitse zwarte snuit omringd door een 'kraag' van rood haar en een dikke rode vacht. De staart en poten zijn zwart en op zijn kop heeft hij nog een plukje wit haar.
Agalychnis callidryas
De roodoogmakikikker is een amfibiesoort die in bomen leeft in de tropische regenwouden van Midden-Amerika. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes, maar ze hebben dezelfde tekening. Zoals de naam doet vermoeden heeft de roodoogmakikikker felle rode ogen met zwarte pupillen. Het bovenlijf en de voorpoten van de kikker zijn lichtgroen, zodat hij, als hij zich opkrult en zijn ogen sluit, perfect gecamoufleerd is tussen de bladeren waarop hij leeft. De roodoogmakikikker heeft felblauwe flanken met een geel netpatroon en blauwe dijen. Hij heeft oranje tenen en een lichte buik.
Hippotragus niger
De sabelantilope (of Hippotragus niger) is een hoefdier dat leeft in het zuidoosten van Afrika. Ze hebben lange, geringde hoorns die naar achteren buigen, een geelbruine tot zwarte vacht en een witte buik, kin en keel. Ze hebben ook witte markeringen op hun gezicht vanaf de ogen. Mannetjes zijn groter en donkerder, en hebben langere hoorns dan de vrouwtjes. Beide geslachten grazen op de savanne en geven de voorkeur aan licht begroeide gebieden boven compleet open vlaktes.
Saiga tatarica
De saiga (of Saiga tatarica) is een runderachtige die voorkomt op de steppen en graslanden van Mongolië, Kazachstan, Turkmenistan, Oezbekistan en Rusland. Het is een bleekbruin dier met een lichte onderkant, grote ogen en ronde oren. De kenmerkende grote neus met grote, brede neusgaten is groter bij mannetjes. Mannetjes zijn over het algemeen groter en zwaarder gebouwd dan vrouwtjes en hebben rechtopstaande, bleke, licht doorzichtige hoorns van 28 tot 38 cm lang. Ze hebben een schofthoogte van 67 tot 81 cm, zijn 1,1 tot 1,4 m lang en wegen tussen de 26 en 69 kg. Vrouwtjes zijn 61 tot 74 cm hoog, 1 tot 1,28 m lang en wegen 26 tot 45 kg.
Loxodonta africana
De savanneolifant (of Loxodonta africana) leeft op savannes, in bossen en in berggebieden ten zuiden van de Sahara. Het is een groot, zwaar zoogdier met een grijze huid en de bekende slurf waarmee hij geluid maakt, drinkt en voedsel pakt. Zowel de mannetjes als vrouwtjes hebben slagtanden. De dieren staan bekend om hun intelligentie en hechte sociale banden. Vooral de band tussen moeder en kalf is sterk. Kuddes van vrouwtjes hebben een band voor het leven. Zelfs als een kudde opsplitst, herkennen de vrouwtjes elkaar en communiceren ze met familieleden die ze later weer tegenkomen.
Bos taurus
De Schotse hooglander (of Bos taurus) is een runderras uit de hooglanden van Schotland, zoals de naam al verraadt. Schotse hooglanders staan vooral bekend om hun unieke, lange haardos. De vacht bestaat uit een krullende dekvacht, die de dieren beschermt tegen de elementen, en een donzige ondervacht, die ze warm houdt. De meeste Schotse hooglanders hebben een roestrode vacht, maar sommige exemplaren zijn blond, bruin of zwart. Op het voorhoofd bevindt zich een karakteristieke 'richel' met twee lange, gehoekte hoorns. Het is een relatief klein runderras: de stieren zijn 1,05 tot 1,2 meter hoog en wegen tussen de 600 en 850 kg. De koeien zijn wat kleiner en worden tussen de 0,9 en 1,05 meter hoog, met een gewicht tussen de 400 en 500 kg.
Capra falconeri
De schroefhoorngeit (of Capra falconeri) is een grote evenhoevige die voorkomt in Centraal-Azië en ook wel markhoor wordt genoemd. Het zijn gedrongen dieren met een stevig, ronde lijf. Met hun gespleten hoeven kunnen ze steile bergen en kliffen beklimmen. Ze hebben een dikke vacht die bij de mannetjes grijsbruin is en bij de vrouwtjes een wat lichtere, rijkere tint van bruin. Over de ruggengraat loopt een eenvoudige zwarte streep en de poten en het gezicht bevatten donkere markeringen. De mannetjes, oftewel bokken, hebben een lange, borstelige baard over de gehele lengte van de hals. Beide geslachten hebben dikke, kronkelige hoorns, maar die van de mannetjes zijn aanzienlijk langer. Ook zijn de mannetjes groter en zwaarder dan de vrouwtjes, met een schofthoogte van 0,95 tot 1,15 m en een gewicht van maximaal 110 kg. Vrouwtjes hebben een schofthoogte van 75 tot 90 cm en wegen zo'n 40 kg.
Aldabrachelys gigantea
De seychellenreuzenschildpad (of Aldabrachelys gigantea) komt van nature alleen voor op de Seychellen, een eilandengroep ten oosten van de Afrikaanse kust in de Indische Oceaan. Het is een reptiel dat enorm groot kan worden. Mannetjes wegen tussen de 200 en 250 kg, en de kleinere vrouwtjes tussen de 121 en 159 kg. Hun schilden hebben een doffe, grijs-bruine kleur en bestaan uit hobbelige platen van keratine. Hun huid heeft schubben en is grijs.
Symphalangus syndactylus
De siamang (of Symphalangus syndactylus) is een soort gibbon die voorkomt in de regenwouden van het Maleisische schiereiland en het Indonesische eiland Sumatra. Het lichaam van de siamang is bedekt met een zwarte vacht die op het gezicht dunner en grijs is. Siamangs hebben zeer lange armen: hun spanwijdte is ongeveer twee keer zo groot als de lengte van hun lichaam. Ze hebben korte, gedrongen poten en moeten het doen zonder staart. Een van de opvallendste kenmerken is de keelzak onder de kin, die wordt opgeblazen wanneer ze hun stemgeluid laten horen. Siamangs zijn meestal tussen de 75 en 100 cm hoog, met een gewicht van tussen de 10 en 13 kg. Net als andere kleine mensapen zijn de siamangs nauwelijks seksueel dimorf.
Panthera tigris altaica
De Siberische tijger of amoertijger (Panthera tigris altaica) is het grootste dier onder de katachtigen. Hij wordt gekarakteriseerd door zijn oranje-gele vacht met dunne zwarte strepen en een lichtere vacht op de buik. Zijn kop is groot en hij heeft sterke kaken met grote hoektanden.
Panthera uncia
De sneeuwluipaard (of Panthera uncia) is te herkennen aan zijn witte tot grijze vacht, zwarte vlekken op zijn lichaam en de zwarte stipjes op zijn gezicht. Hij leeft in de bergen van Nepal, Tibet, Noord-India, Zuid-Siberië, Pakistan, Bhutan en Mongolië. De vacht van het dier is extreem dik en goed geïsoleerd, zodat ze kunnen overleven in temperaturen tot wel -25 ºC. Ze eten voornamelijk berggeiten en -schapen, maar jagen ook op vogels en knaagdieren.
Giraffa camelopardalis reticulata
De Somalische giraffe of netgiraffe (Giraffa camelopardalis reticulata) is een ondersoort die leeft op de savannes en in de open wouden van Kenia, Somalië en Ethiopië. De Somalische giraffe onderscheidt zich van andere ondersoorten door zijn grote, hoekige vlekken, die geelbruin tot rood van kleur zijn en worden gescheiden door witte, verbonden lijnen op de vacht. De mannetjes zijn wezenlijk langer dan de vrouwtjes en hebben flinke hoorns op hun kop. De hoorns van het vrouwtje zijn kleiner en dunner. Giraffen staan bekend om hun lange nek, waarmee ze blaadjes kunnen bereiken die buiten het bereik van andere dieren zijn.
Equus africanus somaliensis
De Somalische wilde ezel (of Equus africanus somaliensis) is een ondersoort van de wilde ezel, Deze paardachtige komt voor in de woestijnen en halfwoestijnen van Somalië, Djibouti, Soedan, Ethiopië en Eritrea. Het dier heeft een grijze vacht met een lichte onderkant, witte poten die bedekt zijn met dunne zwarte strepen, stijf rechtop staande manen met een zwarte bovenkant, oren met een zwart puntje en een zwart toefje aan de staart. De ezel heeft een lichte snuit die grijszwart kan zijn rond de neus en bek. De mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar. Ze hebben meestal een schofthoogte van 1,2 tot 1,45 m, zijn 2 tot 2,4 m lang en wegen 225 tot 335 kg.
Centrochelys sulcata
De sporenschildpad (of Centrochelys sulcata) is de grootste landschildpad van continentaal Afrika en de twee na grootste landschildpad ter wereld. De diersoort komt voor op de semi-aride savannes en in de struikgewassen van de Sahel en de Sahara. Het ovale schild is bruin tot beige. De schilddelen zijn naar de rand toe donkerder en bevatten groeiringen. Op het eerste oog zien mannetjes en vrouwtjes er hetzelfde uit, op kleine verschillen in de schilddelen op het plastron (het buikgebied van het schild) na, maar mannetjes kunnen groter worden dan de vrouwtjes. Mannelijke landschildpadden hebben een gemiddelde schildlengte van maximaal 86 cm en wegen tot 80 kg, terwijl vrouwtjes een gemiddelde schildlengte hebben van 58 cm en een gewicht van 30 tot 50 kg.
Antidorcas marsupialis
De springbok (of Antidorcas marsupialis) is een kleine antilopensoort die voorkomt op de savannes in het zuiden van Afrika. Ze hebben liervormige zwarte hoorns, een geelbruine vacht met donkerbruine markeringen, een witte buik en een wit gezicht met donkerbruine markeringen die van de ogen naar de bek lopen. Mannetjes en vrouwtjes zijn ongeveer even groot en hebben beide hoorns, al zijn die van het mannetje steviger.
Equus quagga
De steppezebra (of Equus quagga) komt voor in het oosten en zuiden van Afrika. Het dier leeft het liefst dicht bij water op de savanne. De soort is onderverdeeld in zes ondersoorten vanwege afwijkende kenmerken, die meestal te maken hebben met het strepenpatroon. De groepen paren onderling niet met elkaar. De steppezebra heeft de bekende zwart-witte strepen die alle zebra's hebben, maar zijn kleiner dan de grévyzebra en groter dan de bergzebra. Mannetjes en vrouwtjes kunnen beide 1,10 tot 1,45 m hoog worden en 2,17 tot 2,46 m lang, maar mannetjes zijn gewoonlijk 10% groter dan vrouwtjes.
Suricata suricatta
Het stokstaartje is een sociale mangoestensoort die in complexe ondergrondse holenstelsels leeft, op de savannes en in de halfwoestijnen van zuidelijk Afrika. Het stokstaartje leeft in groepen en wordt beschouwd als 'eusociaal', wat betekent dat er sprake is van een zeer sociale organisatie, waarbinnen dieren een duidelijke rol hebben. Stokstaartjes hebben een platte, puntige kop en een zandkleurig gezicht met zwarte ogen en oren. Ze hebben een niet-egale grijs-gele vacht op hun rug en een puntige staart met een zwart uiteinde. Stokstaartjes bewegen zich op vier poten voort, maar als iets hun aandacht trekt, gaan ze rechtop op hun achterpoten staan. Het stokstaartje heeft een kop-lichaamslengte van 24 tot 35 cm en een gewicht tussen 620 en 970 gram. Vrouwtjes zijn vaak zwaarder dan mannetjes. Het stokstaartje is geen bedreigde diersoort.
Struthio camelus
De struisvogel (of Struthio camelus) is de grootste vogel ter wereld. Mannetjes hebben zwarte veren, met witte veren op de uiteinden van de vleugels en de staart. Vrouwtjes hebben grijs-bruine veren. Bij beide geslachten zijn de kop, nek en poten roze tot wit van kleur. Verder zijn er nog kleine kleurverschillen afhankelijk van de herkomst van de vogel in Afrika. De mannetjes hebben een gemiddelde hoogte van 2,1 tot 2,8 m en de vrouwtjes 1,7 tot 2 m.
Gallus domesticus
De Sussexkip is een van de vele soorten tamme kippen (Gallus domesticus). Het ras is vernoemd naar de regio waar hij vandaan komt: Sussex, aan de zuidoostkust van Engeland. Sussexkippen vormen een middelgroot ras met een robuuste bouw en een brede rug. Hun nek- en staartveren zijn donkerder dan de rest van het lichaam (vaak zwart) en het verendek kan wit, grijs, bleekbruin, rood of bruin van kleur zijn. Meestal is de kop getooid met een kam en lellen onder de snavel. Sussexkippen zijn seksueel dimorf. De hanen hebben een grotere kam, langere lellen en langere staartveren dan hennen. Bovendien zijn ze groter en zwaarder. Een mannelijke Sussexkip is ongeveer 50 cm hoog en weegt gemiddeld 4,3 kg, terwijl een vrouwtje doorgaans zo'n 38 cm hoog is en 3,3 kg weegt.
Budorcas taxicolor
De takin (of Budorcas taxicolor) is een grote gnoegeit die voorkomt in de berggebieden van Tibet, Bhutan, noordelijk India, Myanmar en China. Takins hebben een stevig, runderachtig lijf en zijn bedekt met een ruige vacht. Er zijn vier ondersoorten van de takin die in vachtkleur en grootte van elkaar verschillen. De poten zijn vaak donker tot bijna zwart, en de rest van de vacht varieert van gestreept zwartbruin tot grijsgeel of goudkleurig. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes, maar beide seksen hebben hoorns van maximaal 64 cm lang. Mannelijke takins zijn 1,6 tot 2,2 m lang met een schofthoogte van 97 tot 140 cm en ze wegen tussen de 300 en 350 kg. Vrouwtjes zijn 1,6 tot 1,95 m lang, hebben een schofthoogte van 95 tot 125 cm en zijn 240 tot 280 kg zwaar.
Sus domesticus
De Tamworth (of Sus domesticus) is een Engels varkensras. Het is niet bekend waar en wanneer het ras zijn oorsprong heeft, maar vermoedelijk liggen zijn wortels in de buurt van Tamworth, een stad in Engeland, van de 19e eeuw. Het ras is ontwikkeld met behulp van wilde zwijnen, waardoor de Tamworth een sterk, stevig varken is geworden. Tamworthvarkens hebben een kenmerkende rode vacht, zonder markeringen. Ze hebben een gespierd, lang lijf en relatief lange poten. Het is een seksueel dimorf ras: de mannetjes zijn maximaal 65 cm hoog en wegen tussen de 250 en 370 kg, terwijl de iets kleinere vrouwtjes tussen de 200 en 300 kg wegen.
Sarcophilus harrisii
De Tasmaanse duivel (of Sarcophilus harrisii) is een groot, vleesetend buideldier dat voorkomt in de struikgewassen en bossen van Tasmanië. De diersoort is ook opnieuw geïntroduceerd in het Australische Nieuw-Zuid-Wales. Tasmaanse duivels hebben een robuuste bouw met gespierde poten en een stevige staart. Hun snuit is spits, de ogen zijn klein, en de oren rond en kaal. De vacht van de Tasmaanse duivel is zwart, met roodbruine stukken op de staart en snuit en een witte, halvemaanvormige markering over de borst en schouders. Het is een seksueel dimorfe diersoort waarbij de mannetjes groter en zwaarder zijn dan de vrouwtjes. Mannetjes zijn 62 tot 71 cm lang met een gewicht van 5,5 tot 12 kg, terwijl de kleinere vrouwtjes 52 tot 57 cm lang zijn en 4,1 tot 8,1 kg wegen. Ze hebben beide een schofthoogte van ongeveer 20 tot 30 cm en de staart is rond de 25 cm lang.
Crotalus atrox
De Texaanse ratelslang of westelijke diamantratelslang (Crotalus atrox) is een giftige slangensoort die voorkomt in de woestijnen, de graslanden en het struweel van de VS en Mexico. De naam 'diamantratelslang' heeft hij te danken aan het patroon van grijze en bruine schubben op zijn rug. De slang wordt gemiddeld 1,2 m lang, maar er is ook weleens een exemplaar van 2,1 m aangetroffen. De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes. Deze slang is een gevaarlijke soort die toeslaat als hij zich bedreigd voelt.
Eudorcas thomsonii
De thomsongazelle (of Eudorcas thomsonii) is een klein grazend zoogdier uit Afrika, dat in het Serengeti-gebied van Tanzania en Kenia leeft. Hoewel hij ook in bossen voorkomt, prefereert hij droog grasland. Hij heeft een lichtbruine rug, witte onderkant en een donkere streep langs de zijkant. De snuit is eveneens lichtbruin en hij heeft witte wangen en wit rond de ogen. Er lopen zwarte strepen van de ogen naar de snuit. Beide seksen hebben donkere, sterk gegroefde hoorns, maar die van het mannetje zijn langer en steviger. De gazelles zijn gemiddeld 55 tot 82 cm hoog, 80 tot 120 cm lang en ze wegen tussen de 20 en 35 kg.
Titanus giganteus
De titaankever (of Titanus giganteus) is een extreem grote kever die voorkomt in de tropische regenwouden van Zuid-Amerika. Hij heeft een groot, roodbruin en zwart achterlijf, zwarte tinten op de poten, voelsprieten en het borststuk, en bleke vleugels met een bruin adernetwerk. De stevige kaken van de kever zijn sterk genoeg om takjes door te breken. Beide geslachten hebben vleugels, maar alleen de mannetjes kunnen vliegen. Net als veel diersoorten wordt de titaankever bedreigd door de verwoesting van het regenwoud.
Varecia variegata
De vari (of Varecia variegata) is een primaat die leeft in de oostelijke regenwouden van Madagaskar. Het dier heeft een in het oog springende, zwart-witte vacht: de onderzijde, kop, voeten en staart zijn zwart en de ledematen, rug en opvallende 'kraag' zijn wit. Vari's worden zo'n 50 cm tot 55 cm lang en hebben een staart van ongeveer 60 cm. Net als andere maki's zijn de vrouwtjes ietsje groter dan de mannetjes.
Gulo gulo
De veelvraat (of Gulo gulo) is een grote marterachtige die voorkomt op de toendra's en taiga's van noordelijk Eurazië en Noord-Amerika. Dit dier heeft een robuuste bouw met stevige poten, een ronde rug, een beerachtig gezicht en kleine, ronde oren. Veelvraten hebben een dikke, bruinzwarte vacht met een geelwitte baan over de zijkanten van het lichaam, die bij de staart bij elkaar komen. Ze worden tussen de 65 en 113 cm lang, hebben een schofthoogte van 36 tot 45 cm en wegen tussen de 9 en 30 kg. Mannetjes zijn iets groter en aanmerkelijk zwaarder dan vrouwtjes.
Ornithorhynchus anatinus
Het vogelbekdier (of Ornithorhynchus anatinus) is een cloacadier dat voorkomt in beken, poelen en rivieren in oostelijk Australië, inclusief de Tasmaanse eilanden. Het heeft een dikke bruine vacht, brede klauwen met zwemvliezen, een brede, platte staart en een karakteristieke platte snavel. Mannelijke vogelbekdieren zijn 42 tot 60 cm lang en wegen 0,8 tot 2,5 kg. Vrouwtjes zijn 38 tot 55 cm lang en hebben een gewicht van 0,65 tot 2 kg.
Vulpes vulpes
De vos of Vulpes vulpes is een middelgrote hondachtige die voorkomt in heel Europa, Azië en Noord-Amerika, en sommige delen van Noord-Afrika. Vossen hebben een dikke, rode vacht met soms wat bruin of zwart erdoor en een witte onderkant. De staart is lang en dik en de poten zijn kenmerkend zwart. Mannetjes zijn 96 tot 115 cm lang, waarbij de staart verantwoordelijk is voor 32 tot 38 cm van het geheel. Ze hebben een schofthoogte van 35 tot 50 cm en wegen 4,3 tot 7,6 kg. Vrouwtjes zijn kleiner en lichter, met een lengte van 91 tot 110 cm, waarvan de staart 30 tot 36 cm in beslag neemt, en een schofthoogte van 33 tot 47 cm. Hun gewicht varieert van 3,4 tot 6,1 kg.
Salamandra salamandra
De vuursalamander (of Salamandra salamandra) is een amfibie die voorkomt in loofbossen op het Europese vasteland. De huid van de vuursalamander is zwart met gele vlekken, maar er is veel onderlinge variatie in patroon. Vuursalamanders zijn tussen de 15 en 30 cm lang en wegen ongeveer 30 tot 50 gram. Er is geen verschil in grootte en uiterlijk tussen mannetjes en vrouwtjes. De larven zijn waterdieren, maar volwassen dieren kunnen niet zwemmen en brengen hun leven door op vaste grond.
Procyon lotor
De wasbeer of Procyon lotor is een middelgroot zoogdier dat voorkomt in heel Noord-Amerika. Het dier heeft een grijsbruine, ruige vacht, een lange staart met zwarte ringen, een puntige snuit en een opvallend patroon rond de ogen dat vaak als 'masker' wordt beschreven. Wasberen hebben zeer behendige voorpoten die ze als handen gebruiken. De dieren zijn 41 tot 70 cm lang, en hun staart voegt daar nog eens 19 tot 40 cm aan toe. Mannetjes zijn meestal groter dan vrouwtjes en wegen tussen de 2,5 en 10,4 kg, terwijl de vrouwtjes tussen de 1,8 en 7,5 kg wegen. De grootte en het gewicht zijn afhankelijk van de ondersoort, het klimaat en de tijd van het jaar.
Pan troglodytes verus
De West-Afrikaanse chimpansee (of Pan troglodytes verus) komt voor in de wouden van Guinee, Liberia, Senegal, Sierra Leone en Ivoorkust, en is een ondersoort van de gewone chimpansee. Samen met bonobo's zijn ze onze naaste, nog levende familieleden waarmee we meer dan 98% van ons DNA delen.
Panthera leo
Hoewel er op het moment naar schatting 20.000 leeuwen in de Afrikaanse wildernis leven, is het aantal West-Afrikaanse leeuwen (of Panthera leo leo) veel kleiner. Er zijn nog maar 250 dieren over op het hele continent en daarmee is de ondersoort een van de meest bedreigde leeuwensoorten. Het dier heeft nu de beschermingsstatus 'ernstig bedreigd'.
Gorilla gorilla gorilla
De westelijke laaglandgorilla (of Gorilla gorilla gorilla) komt voor in Kameroen, Equatoriaal-Guinea, Gabon, Republiek Congo en Zuid-Niger. Ze leven en foerageren daar in de regenwouden, in moerasbossen en op verlaten landbouwgrond. Ze hebben een zwarte huid, donkere, naar voren gerichte ogen, opvallende wenkbrauwen, grote neusgaten en ruige haren op het merendeel van hun lichaam behalve op het gezicht, de oren, de handen en de voeten. Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes. Als ze volwassen worden, worden de haren op hun rug grijs en veranderen ze in een 'zilverrug'. Gorilla's leven in kleine groepen met een zilverrug die domineert over de vrouwtjes, jongere mannetjes en jonge apen.
Sus scrofa
Het wild zwijn (of Sus scrofa), ook wel everzwijn genoemd, is een varkenssoort die voorkomt in de gematigde regionen van Eurazië, plus het Middellandse Zeegebied van Noord-Afrika, Aziatische woestijnen en de tropische regenwouden en graslanden van Zuidoost-Azië. De diersoort is ook geïntroduceerd in Noord- en Zuid-Amerika en Oceanië. Vanwege de grote spreiding en het aanpassingsvermogen van het dier zijn er 16 erkende ondersoorten van het wild zwijn, die onderling grote verschillen vertonen in uiterlijk. De grootste wilde zwijnen leven in Centraal- en Oost-Europa. Hun vacht bestaat uit donkerbruine, borstelige haren die op de nek van het mannetje manen vormen. Wilde zwijnen hebben een grote kop die een derde van hun lichaamslengte bedraagt. Door de krachtige nekspieren kunnen ze er zelfs mee in bevroren grond graven. De diersoort is seksueel dimorf, waarbij de mannetjes groter zijn dan de vrouwtjes. Mannetjes kunnen een schofthoogte bereiken van 85 tot 100 cm en een lengte van 1,45 tot 1,75 m. Ze wegen tussen de 75 en 130 kg. Vrouwtjes hebben een schofthoogte van 75 tot 90 cm, een lengte van 1,3 tot 1,57 m en een gewicht van 60 tot 90 kg.
Bubalus arnee
De wilde waterbuffel (of Bubalus arnee), ook wel de Aziatische waterbuffel genoemd, is een erg grote runderachtige die voorkomt in de moerassen en uiterwaarden van Centraal-, Oost- en Zuidoost-Azië. Het huidige verspreidingsgebied van het dier is zeer gefragmenteerd. De grootste aantallen bevinden zich in India, terwijl er ook populaties leven in Nepal, Bhutan, Thailand en Cambodja. Wilde waterbuffels hebben een grijze tot zwarte huid, met borstelig, donker haar hier en daar verspreid over het lichaam. Ze hebben een lange kop met kleine oren. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben lange, opvallende hoorns die horizontaal uit de schedel groeien en een spanwijdte van 2 m kunnen bereiken. Stieren zijn 2,4 tot 3 m lang, met een schofthoogte van 1,5 tot 1,9 m. Ze wegen tot wel 1200 kg. De grootte van de koeien bedraagt ongeveer twee derde van die van de mannetjes, met een lengte van 1,8 tot 2,25 m, een schofthoogte van 1,13 tot 1,43 m en een gewicht van 800 kg.
Bison bonasus
De wisent (of Bison bonasus), ook vaak de Europese bizon genoemd, is een groot hoefdier dat in Oost-Europa voorkomt in de bossen en op de weiden van Polen, Rusland, Belarus, Litouwen, Oekraïne en Slowakije. Wisenten herken je aan hun grote hoofd, schouderbult en borstpartij, die allemaal bedekt zijn met een bruine, ruige vacht. Hun achterkant is iets minder zwaargebouwd en bedekt met een dunnere vacht. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben gebogen hoorns die naar het hoofd wijzen. Ze zien er verder ook hetzelfde uit, alleen zijn de mannetjes ongeveer 5% groter. Stieren hebben een schofthoogte van 1,8 tot 2,1 m, zijn 2,8 tot 3,3 m lang en wegen 615 tot 920 kg. Koeien hebben een schofthoogte van 1,7 tot 2 m en een lengte van 2,4 tot 2,9 m. Ze zijn tussen de 425 en 635 kg zwaar.
Hylobates lar
De withandgibbon (of Hylobates lar), ook wel lar genoemd, is een primaat die voorkomt in de regenwouden van Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar en Thailand. De vacht van deze diersoort kan variëren van donkerbruin tot roodachtig, bleekbruin of crèmekleurig. Het gezicht van de gibbon is zwart met een duidelijke witte haarkrans eromheen. De handen en voeten zijn ook wit. De mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar met een kop-romplengte van 42 tot 59 cm en een gewicht van 4 tot 7,6 kg.
Connochaetes gnou
De witstaartgnoe (of Connochaetes gnou) is een groot hoefdier uit Zuid-Afrika. Het woord 'gnoe' komt van het geluid dat ze maken als ze schrikken. De soort is te herkennen aan een bruin-zwarte vacht en L-vormige hoorns. Mannetjes zijn donkerder van kleur dan vrouwtjes en ook groter. Beide geslachten hebben dikke, borstelige manen en een lange staart net als een paard. Ze zijn tussen de 1,7 en 2,2 m lang, hebben een schofthoogte van 1,06 tot 1,21 m en wegen 120 tot 193 kg.
Felis margarita
De woestijnkat (of Felis Margarita) is een kleine, wilde kat die voorkomt in de woestijnen van Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Het dier heeft een dikke, zandkleurige vacht met dunne, donkere strepen over de rug, poten en staart. Het gezicht van de woestijnkat is rond, met donkere strepen, grote oren en gele ogen. De mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar. Ze hebben een schofthoogte van 24 tot 36 cm en zijn 39 tot 52 cm lang, waaraan de staart nog eens 23 tot 31 cm toevoegt. Mannelijke woestijnkatten wegen 2,1 tot 3,4 kg en de vrouwtjes zijn met 1,4 tot 3,1 kg iets lichter.
Canis lupus
De wolf (of Canis lupus) is een grote hondachtige die op bijna het hele noordelijk halfrond voorkomt. Wolven zijn generalistische roofdieren, wat betekent dat ze de meeste prooien die ze kunnen vangen eten. Ze voelen zich thuis in zeer uiteenlopende omgevingen.
Vombatus ursinus
De wombat of Vombatus ursinus, ook wel de ruwharige wombat genoemd, is een buideldier dat voorkomt in de struikgewassen en bosgebieden van zuidoost-Australië en Tasmanië. Het dier heeft een gedrongen, rond lichaam met korte, gespierde poten en een platte, stompe snuit. Het lichaam is bedekt met een ruige, grijsbruine vacht. Wombats zijn tussen de 90 en 115 cm lang van neus tot achterdeel en ze wegen 22 tot 39 kg. Er zijn geen opvallende uiterlijke verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes.
Crocodylus porosus
De zeekrokodil of zoutwaterkrokodil (Crocodylus porosus) is een extreem grote reptielensoort die voorkomt aan de kust van Zuidoost-Azië, Noord-Australië en Oost-India. Hij is een efficiënte en gevaarlijke toppredator, een roofdier boven aan de voedselketen. De mannetjes kunnen 3,5 tot 6 m lang worden en tussen de 200 en 1.000 kg wegen. Vrouwtjes zijn stukken kleiner. Zij zijn gemiddeld 2,7 tot 3,4 m lang en wegen 120 tot 200 kg. Beide geslachten hebben een bredere snuit en breder lichaam dan andere krokodillensoorten. Ze zijn geelbruin tot groen van kleur. Er zijn kleurverschillen tussen de verschillende populaties.
Ceratotherium simum simum
De zuidelijke witte neushoorn is een groot hoefdier dat oorspronkelijk uit zuidelijk Afrika komt (Zuid-Afrika, Namibië, Zimbabwe, Kenia, Oeganda, Zambia). Het is een groot, breed dier met een dikke, grijze huid. De zuidelijke witte neushoorn heeft twee hoorns en de voorste hoorn is veel groter dan de achterste. De kop van de neushoorn is bijna rechthoekig van vorm, met een vierkante snuit. De oren staan boven op de kop en steken uit, en onderaan de nek zit een bult die bestaat uit spieren die de kop ondersteunen. Het mannetje van de zuidelijke witte neushoorn is tussen de 3,7 en 4 m lang, 170 tot 188 cm hoog en weegt ongeveer 2300 kg. Het vrouwtje is 3,4 tot 3,65 m lang, 160 tot 177 cm hoog en weegt gemiddeld 1700 kg.
Diceros bicornis
De zwarte neushoorn (of Diceros bicornis), ook wel de puntlipneushoorn genoemd, is een groot hoefdier dat voorkomt in de graslanden en struweelgebieden van zuidelijk en oostelijk Afrika. Zwarte neushoorns hebben twee hoorns op hun gezicht. De achterste hoorn is veel langer dan de voorste. Ze hebben een dikke, grijze huid, stevige poten, kleine ogen en ovaalvormige oren. De zwarte neushoorn heeft een schofthoogte van 1,4 tot 1,8 m, is 3 tot 3,75 m lang en weegt tussen de 800 en 1.400 kg. Mannetjes en vrouwtjes hebben een vergelijkbare omvang.
Cynomys ludovicianus
De zwartstaartprairiehond is een knaagdiersoort die te vinden is op de prairies, graslanden, halfwoestijnen en steppes van de Verenigde Staten en kleine delen van Canada en Mexico. Het dier heeft een zandkleurige vacht met een wat blekere buik. Zwartstaartprairiehonden hebben lange klauwen, kleine oren, zwarte ogen en een staart met een zwarte punt. De mannetjes zijn ietsje groter dan de vrouwtjes, maar verder wijken ze uiterlijk niet af. Zwartstaartprairiehonden wegen tussen de 0,68 en 1,36 kg, hebben een kop-romplengte van 36 tot 43 cm en een staartlengte van 7,6 tot 10,2 cm.
Spheniscus demersus
De zwartvoetpinguïn is een niet-vliegende vogel die voorkomt aan de kust en op de eilanden van Zuid-Afrika en Namibië. De zwartvoetpinguïn heeft een zwarte rug en zwemvliezen, zwarte poten en een zwart 'gezichtsmasker' met een witte rand. De torso is wit met een zwarte band over de bovenkant van de borst. De ogen van de zwartvoetpinguïn zijn omgeven door roze stukken die een rol spelen bij thermoregulatie. Elke pinguïn heeft een uniek patroon van zwarte stippen op de borst. Zwartvoetpinguïns zijn 60 tot 68 cm lang en wegen ongeveer 2,2 tot 3,5 kg. De mannetjes zijn iets groter dan de vrouwtjes en hebben een langere snavel.
Ontdek de uiteenlopende diersoorten van Planet Zoo.
Orycteropus afer
Addax nasomaculatus
Panthera pardus pardus
Lycaon pictus
Oryx dammah
Vicugna pacos
Capra hircus
Capra ibex
Alligator mississippiensis
Bison bison bison
Lithobates catesbeianus
Panthera pardus orientalis
Iguana delicatissima
Hadrurus arizonensis
Pseudonaja textilis
Ambystoma mexicanum
Babyrousa celebensis
Camelus bactrianus
Panthera tigris tigris
Notamacropus rufogriseus
Arctictis binturong
Connochaetes taurinus
Morpho menelaus
Pavo cristatus
Boa constrictor
Tragelaphus erycerus
Pan paniscus
Pongo pygmaeus
Lasiodora parahybana
Phoneutria nigriventer
Tremarctos ornatus
Caiman crocodilus
Zalophus californianus
Hydrochoerus hydrochaeris
Caracal caracal
Acinonyx jubatus
Manis pentadactyla
Grus japonensis
Cebus capucinus
Propithecus coquereli
Paleosuchus palpebrosus
Aglais io
Ovis dalli
Nanger dama
Dama dama
Cuon alpinus alpinus
Malaclemys terrapin terrapin
Canis lupus dingo
Triturus dobrogicus
Acanthophis antarcticus
Camelus dromedarius
Eunectes notaeus
Hexaprotodon liberiensis
Eudyptula minor
Cervus elaphus
Alces alces
Dromaius novaehollandiae
Lynx lynx
Meles meles
Vulpes zerda
Phoenicopterus roseus
Ursus thibetanus formosanus
Cryptoprocta ferox
Antilocapra americana
Chelonoidas nigra
Gavialis gangeticus
Oryx gazella
Hyaena hyaena
Mephitis mephitis
Crocuta crocuta
Equus africanus asinus
Tiliqua scincoides scincoides
Bitis arietans
Phacochoerus africanus
Hystrix cristata
Achatina achatina
Heterometrus swammerdami titanicus
Heloderma suspectum
Goliathus goliatus
Conraua goliath
Theraphosa blondi
Phyllobates terribilis
Macropanesthia rhinoceros
Testudo hermanni
Halichoerus grypus
Ursus arctos horribilis
Iguana iguana
Pecari tajacu
Scarabeus sacer
Casuarius casuarius
Ovis aries
Cerastes cerastes
Ursus maritimus
Rhinoceros unicornis
Elephas maximus indicus
Tapirus indicus
Varanus salvator
Ursus arctos isabellinus
Panthera onca
Macaca fuscata
Syncerus caffer caffer
Bradypus variegatus
Madoqua kirkii
Aonyx cinereus
Cygnus olor
Phascolarctos cinereus
Varanus komodoensis
Papilio machaon
Aptenodytes patagonicus patagonicus
Lama glama
Oophaga lehmanni
Melursus ursinus
Helarctos malayanus
Mandrillus sphinx
Chrysocyon brachyurus
Otocolobus manul
Papio hamadryas
Brachypelma hamorii
Tapirus bairdii
Danaus plexippus
Dasypus novemcinctus
Nasalis larvatus larvatus
Neofelis nebulosa
Kobus megaceros
Hippopotamus amphibius
Rousettus aegyptiacus
Varanus niloticus
Castor canadensis
Apteryx mantelli
Tragelaphus angasii
Okapia johnstoni
Potamochoerus porcus
Phoebis sennae
Phyllium giganteum
Puma concolor
Vulpes lagopus
Canis lupus arctos
Equus ferus przewalskii
Pteropus conspicillatus
Setonix brachyurus
Rangifer tarandus
Scolopendra gigantea
Myrmecophaga tridactyla
Pteronura brasiliensis
Ailuropoda melanoleuca
Lemur catta
Ailurus fulgens
Macropus rufus
Varecia rubra
Agalychnis callidryas
Hippotragus niger
Saiga tatarica
Loxodonta africana
Bos taurus
Capra falconeri
Aldabrachelys gigantea
Symphalangus syndactylus
Panthera tigris altaica
Panthera uncia
Giraffa camelopardalis reticulata
Equus africanus somaliensis
Centrochelys sulcata
Antidorcas marsupialis
Equus quagga
Suricata suricatta
Struthio camelus
Gallus domesticus
Budorcas taxicolor
Sus domesticus
Sarcophilus harrisii
Crotalus atrox
Eudorcas thomsonii
Titanus giganteus
Varecia variegata
Gulo gulo
Ornithorhynchus anatinus
Vulpes vulpes
Salamandra salamandra
Procyon lotor
Pan troglodytes verus
Panthera leo
Gorilla gorilla gorilla
Sus scrofa
Bubalus arnee
Bison bonasus
Hylobates lar
Connochaetes gnou
Felis margarita
Canis lupus
Vombatus ursinus
Crocodylus porosus
Ceratotherium simum simum
Diceros bicornis
Cynomys ludovicianus
Spheniscus demersus
Blijf op de hoogte en ontvang als eerste exclusief nieuws en updates over Planet Zoo.
Ontcijfer deze opmerkelijke taal en hoor zelf wat er zo grappig is!